dieren
hoe leven mensen
mens en omgeving
godsdienst
informatie
landen en volken
streken en plaatsen
vroeger
2000 jaar tijd
Abel Tasman
Anne Frank
Azteken
Batavia nagebouwd
Begraven in een piramide
Boekdrukkunst
Bokkenrijders
Dorestad
Eerste bewoners van Nederland
Eerste Wereldoorlog
Eeuwwisseling
Fiets: van loopfiets tot e-bike
Germanen
Geschiedenis van de Olympische Spelen
Graven naar vroeger
Griekse goden
Griekse mythologie
Heksen
Hierogliefen
Hunebedden
Industriele Revolutie
Karel de Grote
Klederdracht
Kruistochten
Leven in de Gouden Eeuw
Leven in de Middeleeuwen
Meisje van Yde
Muiderslot
Mummies
Napoleon
Ontdekkingsreizen
Ontstaan van leven op aarde
Oude steden
Piraten
Piraten
Pruikentijd
Revoluties
Ridders
Rijksmuseum
Romeinen
Scheepvaart vroeger
School van vroeger
Tachtigjarige Oorlog
Tweede Wereldoorlog
Tweede Wereldoorlog in Nederland
Vampiers
Verzet
VOC
VOC-schip
Wapenschilden
Werken in het Rijksmuseum
werk en beroep
wetten en regels
wonen
natuur
techniekDe
De Elfstedentocht wordt ook wel 'de tocht der tochten' genoemd. De tocht moet in één dag worden gereden. Dat maakt de Elfstedentocht zo bijzonder.
In Leeuwarden is de start en de finish. Er zijn een paar honderd wedstrijdrijders. Die proberen natuurlijk allemaal de wedstrijd te winnen.
Als de wedstrijdrijders een tijdje op weg zijn, starten de toerrijders. Dat zijn er duizenden. Voor deze schaatsers is het halen van de finish het belangrijkst.
De eerste Elfstedentocht werd gehouden in 1845. Er deden drie Friese mannen aan mee. Ze deden veertien en een half uur over de tocht.
In 1890 reed Pim Mulier de tocht in twaalf uur en 55 minuten. Dat was toen een recordtijd. Het was toen de snelste tijd waarin de tocht ooit was geschaatst.
Steeds meer mensen wilden die tocht schaatsen. In de winter van 1890-1891 gingen honderden Friezen over het ijs. De eerste echte wedstrijd was op 2 januari 1909. Er waren 23 deelnemers. Ze schaatsten op Friese doorlopers. Dat zijn houten schaatsen met ijzers. Je bindt ze met riemen onder je schoenen. In 1909 werd de Vereniging De Friesche Elf Steden opgericht. Die organiseert de tocht en zorgt voor de veiligheid.
Tegenwoordig wordt er veel op noren geschaatst.
Sinds 1909 zijn er vijftien tochten gereden. Als het ijs niet dik genoeg is, wordt er niet gereden. Zo is er tussen 1963 en 1985 nooit een Elfstedentocht geweest. In 1997 werd de tocht voor de vijftiende keer gereden. Er waren toen 16.626 deelnemers. Sommige Elfstedentochten waren echte verschrikkingen. Op 12 februari 1929 vroor het achttien graden. Er stond een enorm harde wind. Veel mensen die zouden deelnemen aan de toertocht, bleven thuis. De meeste wedstrijdrijders haalden de eindstreep niet. Een van de deelnemers verloor door de kou een grote teen. Die heeft hij op sterk water gezet en tot zijn dood bewaard, als aandenken aan die barre tocht.
De Elfstedentocht begint 's morgens om half zes in Leeuwarden. De deelnemers rennen eerst 1900 meter naar het ijs. Daar binden ze hun schaatsen onder. Dan gaan ze in het donker op weg naar Sneek. Op sommige plekken op de route kan niet worden geschaatst. Omdat het ijs te slecht is. Op die plaatsen moeten de schaatsers klunen. Dat is een Fries woord voor lopen of kruipen met de schaatsen aan.
Op de kluunplaatsen ligt meestal stro, kleden of planken. Dat is om de schaatsen te beschermen.


