dieren


hoe leven mensen

eten en drinken
gevoel
lichaam
mensen en kinderen
mensenmix
sport
Atletiek
Ballet
Bergbeklimmen
Duiken
Elfstedentocht
Elfstedentocht
Hockey
Hockey
Karate
Korfbal
Korfbal
Mountainbike
Olympische Spelen
Olympische Spelen
Profvoetballers
Rugby
Schaatsen
Sportkleding
Tennis
Triatlon
Turnen
Vechtsporten
Voetbal
Voetbal
Voetbal
Wintersport
Zeilen
vrije-tijd
ziek en gezond

mens en omgeving


natuur


techniek

Copyright 2010, Noordhoff Uitgevers, alle rechten voorbehouden.

Hockey

Hockey is een sport. Sommige mensen zeggen: 'Hockey? Dat is voetbal met een stokkie.' Het klinkt raar, maar het is wel een beetje waar. In plaats van je voeten gebruik je een stick. Dat is een soort stok. Aan de onderkant heeft de stok een krom stuk. Daarmee raak je de bal. Van het kromme stuk komt ook de naam hockey. Het Engelse woord voor een kromme stok is 'hook'. De Engelsen noemden het spel 'hoockie'. Later werd dat hockey.
Hockey bestaat al heel lang. De Romeinen speelden het al. Ruim tweeduizend jaar geleden in Italië. De Romeinen gebruikten alleen geen ballen zoals wij nu. Waar denk je dat zij tegenaan sloegen? Tegen schedels van mensen!

Er zijn hockeyteams voor meisjes en teams voor jongens.

Het spel

Hockey is een spel dat een beetje op voetbal lijkt. Net als bij voetbal zijn er twee ploegen. Natuurlijk zijn er ook twee doelen. Het veld en de doelen zijn wat kleiner dan bij voetbal. Elke ploeg heeft tien veldspelers en één doelman. Een wedstrijd duurt zeventig minuten. Twee keer 35 minuten. Tussendoor hebben de spelers tien minuten rust.
Wil je lid worden van een hockeyclub? Dat kan al als je zes jaar bent. Dan speel je nog geen wedstrijden. Wedstrijden speel je vanaf negen jaar. Je speelt dan op een klein veld. Met vijf spelers en een doelman of doelvrouw. Alles is wat kleiner. Daarom heet het mini-hockey. Pas als je elf jaar bent, mag je gewoon hockey spelen.

Tegenwoordig wordt er steeds vaker met kunststof ballen gespeeld. Een leren bal wordt snel vies. Daardoor is hij minder makkelijk te zien op het veld.

Soms wordt een hockeywedstrijd op gras gespeeld. Andere keren op kunstgras. Dat lijkt op een tapijt. Het is mooi vlak en kan goed tegen de regen. Je draagt schoenen met noppen. Zo glijd je niet zo snel uit. Je draagt ook scheenbeschermers. En gebitsbeschermers. Je begrijpt wel waarom. Zo'n hockeystick kan hard aankomen.
De doelman is stevig ingepakt. Dat moet ook wel. Want de spelers willen maar één ding. De bal in het doel van de tegenpartij krijgen. Een doelman vangt veel ballen op. Met zijn stick en met zijn lichaam. Daarom is hij extra beschermd.

De bal in het doel krijgen, daar gaat het om. Als je wedstrijden speelt, krijg je ook training. Meestal een keer in de week. De trainer (zeg: treener) leert je de technieken. Hij legt uit hoe je de stick moet vasthouden. Je slaat met de platte kant van de stick. Maar je kunt de bal ook vooruit duwen. Daarbij zak je een beetje door je knieën. Dit heet een schuifslag.
Als je de bal hebt, kun je ermee over het veld gaan rennen. Je geeft er steeds kleine tikjes tegenaan. Dit heet dribbelen. Er is nog een woord dat je bekend zal voorkomen: tackle (zeg: tekkel). Bij de tackle steek je je stick tussen de tegenstander en de bal. Je moet er wel voor zorgen dat je geen botsing maakt met deze tegenstander. Gelukkig zijn er twee scheidsrechters bij. Zij letten op of je geen overtredingen maakt. Dan doe je iets wat niet mag. Want ook bij hockey moet je natuurlijk sportief blijven.

Klik hier voor meer informatie over dit onderwerp.

logotype
logo
Home   Zoeken   Leuk idee?   Werkstukkenwedstrijd                      Over Docukit   Help
logo
Boekje
Videofragment bekijken
Zie ook
Afdrukken
Quiz