dieren


hoe leven mensen


mens en omgeving


natuur


techniek

techniek buiten huis
techniek in huis
techniekmix
vervoer
Asfaltweg
Binnenvaart
E-wegen
Fiets
Fietsen met versnelling
Geschiedenis van de auto
Goederentrein
Haven van Rotterdam
Hogesnelheidstreinen
Kanaaltunnel
Licht op je fiets
Luchtballon
Met een vliegtuig mee
Metro
Metro
Motorrijden
Paard en wagen
Reis van een container
Schip: van boomstam tot supertanker
Sluizen
Snelste treinen
Spoorwegovergang
Straaljagers
Titanic
Treinen
Varen in een ballon
Verhuizen
Vliegtuig: van zweefvliegtuig tot jumbojet
Vliegtuigen
Vliegveld
Vrachtwagens
Zeppelin
Copyright 2010, Noordhoff Uitgevers, alle rechten voorbehouden.

De fiets

Kun jij je eigen fiets tekenen? Vast niet. Bijna niemand kan dat. Twee wielen, ja. Dat is gemakkelijk. Maar waar zit het zadel precies aan vast? En waar zitten de trappers?
Bijna iedereen in Nederland heeft een fiets. Maar de meeste mensen weten niet hoe een fiets in elkaar zit. Een fiets is heel gewoon. Daarom bekijk je een fiets nooit echt goed.
Fietsen bestaan pas tweehonderd jaar. Honderd jaar geleden zagen fietsen er heel anders uit dan nu. Er waren grote fietsen, kleine fietsen, met twee of drie wielen. Er is zelfs een fiets geweest met twee wielen naast elkaar.
In het Nationaal Fietsmuseum Velorama in Nijmegen kun je allerlei fietsen bekijken.

Speeltje

De eerste fietsen waren eigenlijk speeltjes voor rijke kinderen. Die fietsjes leken op houten speelgoedpaardjes met wielen. Je kwam vooruit door je met beide voeten op de grond af te zetten. Die loopfietsen waren erg zwaar. En de wegen waren nogal hobbelig. Dus erg hard ging je niet.
Er waren ook fietsen met een heel groot voorwiel en een klein achterwieltje. Dat voorwiel was zo hoog als een volwassen mens. Het achterwieltje zo klein als dat van een kinderfietsje. Het zadel zat ergens boven het voorwiel. De trappers zaten vast op de as van het voorwiel. De as is het middelpunt van een wiel. Bij één keer rondtrappen ging ook het grote wiel helemaal rond. Je kon er wel zestig kilometer per uur mee fietsen. Maar er zat geen rem op. En als je over een steentje reed, sloeg je al over de kop. Later werd de fietsketting uitgevonden. Daardoor waren de fietsen veel veiliger. Je kon niet meer zomaar over de kop slaan.

De ketting loopt over tandwielen.

Bij een racefiets of een mountainbike (zeg: mountunbaik) kun je de ketting zien zitten. Een mountainbike is een fiets met dikke banden. Je kunt ermee op zanderige en hobbelige paden en in de bergen fietsen. ('Mountain' is het Engelse woord voor berg; 'bike' is het Engelse woord voor fiets.)
Een ketting bestaat uit schakels. Die draaien een-voor-een over de tandjes van de tandwielen. Er zit een groot tandwiel bij de trappers. Aan het achterwiel zit een klein tandwiel. Draai je de trappers een keer rond, dan gaat het voorste tandwiel ook een keer rond. Het achterste tandwiel heeft veel minder tandjes. Daardoor gaat dat veel vaker rond. En het achterwiel dus ook.
Een fiets met versnellingen heeft verschillende tandwielen. Je kunt dan zelf de versnelling kiezen. Dat doe je met een hendeltje. Je schuift de ketting van het ene tandwiel naar het andere tandwiel. Zo kun je zelf bepalen hoe zwaar je wilt trappen.

Er zijn heel veel verschillende fietsen. Fietsen die gemaakt zijn voor verschillende doelen. Een mountainbike moet stevig zijn. De banden moeten breed zijn, anders zak je weg in het mulle zand. Een racefiets moet juist licht zijn. Je moet er vooral hard mee kunnen fietsen.

Ligfietsen zie je tegenwoordig steeds vaker.

 

Klik hier voor meer informatie over dit onderwerp.

logotype
logo
Home   Zoeken   Leuk idee?   Werkstukkenwedstrijd                      Over Docukit   Help
logo
Boekje
schooltv
Videofragment bekijken
Zie ook
Afdrukken
Quiz