dieren
hoe leven mensen
eten en drinken
gevoel
lichaam
Ademen
Allergisch
Beugels
Blind en slechtziend
Bloed
Bloed
Botten
Braille
Brandwonden
Brillen
Dik en dun
Dik zijn
Dyslexie
Gebit
Goed geslapen?
Haar
Haren
Hart
Hersenen
Horen
Huid
In bad
Intelligentie
Je lijf: hersenen
Je lijf: in de groei
Je lijf: spieren
Je lijf: wat gebeurt er met je eten?
Je lijf: zintuigen
Kleurenblind
Korte en lange mensen
Kunstbeen
Lichaamsversieringen
Lopen
Make-up
Ongesteld
Onthouden en vergeten
Oude mensen
Pijn
Plastische chirurgie
Ruiken en proeven
Slapen
Slapen en dromen
Slecht horen
Slijmvlies in je lichaam
Spieren
Spijsvertering
Tong
Tweeling
Urine
Voelen
Zenuwstelsel
Zweten
mensen en kinderen
mensenmix
sport
vrije-tijd
ziek en gezond
mens en omgeving
natuur
techniekDoe je ogen eens dicht. Doe eens oordopjes in je oren. Weet je nu nog wel waar je bent? Ben je binnen of buiten? Schijnt de zon? Of regent het? Dat kun je niet zien als je je ogen dichthebt. Maar je kunt het wel voelen of horen. Je ogen en je oren zijn zintuigen. Ook je huid en je tong zijn zintuigen. Je kunt met je zintuigen de wereld om je heen
Als je niet kunt zien, kan een blindengeleidehond je helpen op straat.
Je zintuigen werken samen met je hersenen. Met je hersenen begrijp je wat je ziet of hoort. Alles wat je ogen zien wordt doorgegeven aan je hersenen. Dat gaat via de zenuwen. Het zijn een soort telefoonverbindingen. Bijvoorbeeld bij kou en nattigheid. Dat kun je voelen. En je ogen zien grijze lucht. Je weet dat het slecht weer is. Dat heb je geleerd.
Slecht weer op komst.
Met je ogen kun je zien. Ze zitten naast elkaar aan de voorkant van je hoofd. Bij sommige dieren is dat precies zo. Bijvoorbeeld bij de poes of bij een aap. Bij andere dieren zitten hun ogen aan de zijkant van hun kop. Die dieren kunnen om zich heen kijken zonder hun kop te bewegen. Bij een konijn is dat bijvoorbeeld zo. Een konijn moet goed opletten. Want er kan een roofdier in de buurt zijn. En die zou hem kunnen opeten.
Een konijn moet goed opletten of er roofdieren in de buurt zijn. Hij heeft daarom ogen aan de zijkant van zijn kop.
Sommige zintuigen doen andere dingen dan je verwacht. Je neus bijvoorbeeld. Die helpt bij het proeven van je eten. Als eten vies ruikt, smaakt het ook niet lekker. Zonder je neus kun je ook niet goed proeven. Je tong weet alleen maar het verschil tussen, zoet, zout, zuur en bitter. Maar een koekje smaakt anders dan een dropje. En toch zijn ze allebei zoet. Je neus helpt je om die smaken uit elkaar te houden.
Je hebt twee ogen en twee oren. Je ogen zitten een stukje van elkaar af. Elk oog ziet de wereld net een beetje anders. Daardoor kunnen je hersenen razendsnel uitrekenen hoever iets bij jou vandaan is.
Je oren kunnen horen waar het geluid precies vandaan komt. Want je ene oor hoort het geluid net iets eerder dan je andere oor. Je hersenen rekenen bliksemsnel uit van welke kant het geluid komt.


