dieren
hoe leven mensen
mens en omgeving
godsdienst
Anansi de spin
Bedevaart
Bijbel, een bibliotheek
Boeddhisme
Christendom
Hindoeïsme
Islam
Jodendom
Kathedralen
Klooster
Monniken en kloosters
Moskee in Nederland
Sint-Maarten
informatie
landen en volken
streken en plaatsen
vroeger
werk en beroep
wetten en regels
wonen
natuur
techniekIn een
Vroeger waren kloosters erg belangrijk. Maar vanaf 1960 gingen steeds minder mensen het klooster in. Voor veel mensen was het geloof in God niet zo belangrijk meer.
Kloosters zitten meestal aan een kerk vast.
Mannen die in een klooster wonen, heten monniken. Vrouwen worden nonnen genoemd. Ze mogen niet vrijen, niet trouwen en geen kinderen krijgen. Dat heet celibatair leven (zeg: seelibaater). Monniken en nonnen wonen dus niet bij elkaar. Monniken wonen in een monnikenklooster en nonnen in een nonnenklooster. Kloosterlingen geven al hun aandacht aan God. Ze willen hem dienen.
Duizend jaar geleden waren kloosters belangrijke plaatsen. Monniken en nonnen waren heel geleerd. Ze lazen boeken en ze konden schrijven. De meeste mensen konden dat niet. Boeken werden nog niet gedrukt. De boeken werden geschreven door monniken.
Monniken hoorden vroeger tot de kleine groep mensen die kon lezen.
In kloosters werden vaak zieke mensen verzorgd. De kloosterlingen kenden een heleboel kruiden. Ze maakten er medicijnen van. In een klooster was je dichter bij God, zo dachten de mensen. Dat hielp bij het beter worden.
Er zijn ook kloosters waarin de mensen vooral veel bidden. Dat is hun dagelijks 'werk'. Ze bidden om zelf betere mensen te worden. En ze bidden voor alle andere mensen. Die kloosters behoren vaak tot godsdiensten als de islam, het boeddhisme en het hindoeïsme.
Kloosterlingen zorgen meestal zelf voor hun eten en drinken. Ze verbouwen groenten. Ze houden vee voor het vlees, voor de melk en de kaas. En soms brouwen ze hun eigen bier en maken ze kaarsen.
Er zijn ook kloosterlingen die spullen verkopen. Bijvoorbeeld groenten, kaas of bier. Iedere monnik of non heeft een eigen taak. De één zorgt voor de dieren, de ander maakt kaas en weer een ander maakt de stallen schoon.
Ook de kloostertuin wordt door kloosterlingen bijgehouden.
En er zijn kloosterlingen die in het buitenland werken. Zij helpen mensen in arme landen. Daar werken ze in ziekenhuisjes en scholen.


