Noordhoff Uitgevers

Hersenen (Junior)

Hersenen zijn het belangrijkste deel van je lichaam. Ze sturen je lichaam aan. Je hebt ze bij alles nodig, of het nou om slapen, groeien, sporten of het maken van een dictee gaat. Zonder hersenen kun je niets. Hersenen zijn zacht. Als je erin zou knijpen, voelen ze aan als pudding. Daarom zit er een schedel omheen, een soort helm van botten. Tussen de hersenen en de schedel zit nog een vloeistof. Die vangt de schok op als je je hoofd eens stoot. Als je je hoofd heel erg hard stoot, kun je daar een hersenschudding aan overhouden. Dan moet je een paar dagen rustig aan doen.

De hersenen van mensen zijn groter dat de hersenen van de meeste dieren. Daardoor kunnen mensen er meer mee.

Groeien

Bij pasgeboren baby's zijn de hersenen klein. Een baby kan daarom nog niet veel. Hij kan slapen, drinken, plassen en poepen, meer niet. Bij een baby van zes maanden zijn de hersenen al twee keer zo groot geworden. Bij een kind van vier zijn ze vier keer groter dan bij de geboorte. Een kind van vier kent ongeveer 1500 woorden. Als een kind zes is, groeien de hersenen niet meer zo snel. Natuurlijk leert een kind dan nog wel heel veel. Rekenen en schrijven bijvoorbeeld. Vanaf een jaar of twaalf leert een kind ook abstract denken. Dat betekent dat je je dingen kunt voorstellen die je niet kunt zien. Je kunt bijvoorbeeld begrijpen hoe een machine werkt. Of een moeilijke som oplossen.

Je hoeft niet na te denken bij alles wat je doet. Ademen, slapen en groeien gaan bijvoorbeeld vanzelf. Dat wordt geregeld door de oerhersenen. Bij alles waar je bij na moet denken, gebruik je de hersenschors. Dat is het buitenste gedeelte van de hersenen. Verder zijn er de linker en de rechter hersenhelft. Die hebben allebei hun eigen taken. Maar soms werken ze ook samen. Dan wisselen ze boodschappen met elkaar uit. Dat gebeurt door een soort brug tussen de twee hersenhelften. Die brug heet de hersenbalk.

Hersenen maken bepaalde stoffen die je lichaam nodig heeft. Er is een stof die aangemaakt wordt als je bang bent. En er is een stof die de hersenen maken als je pijn hebt. Er is ook een stof die de hersenen maken om je prettig te voelen. Bij sommige mensen-en-kinderen maken de hersenen die laatste stof niet. Die mensen voelen zich somber en moe. Ze vinden niks leuk en hebben geen zin in eten. Je noemt dat een depressie. Gelukkig bestaan er medicijnen tegen. Die vervangen de stof die depressieve mensen missen.

Het lichaam van deze topsporter maakt adrenaline aan. Daardoor kan hij nog beter sporten.

Details en informatie

  • Titel: Hersenen (Junior)
  • Auteur(s): Andrea Oostdijk
  • Nummer: JC107
  • Niveau: 2
  • Siso: J 599.7