Noordhoff Uitgevers

Aardbevingen Informatie

Niets lijkt zo stevig als de aarde. Je kunt erop dansen en springen zo veel je maar wilt. Zelfs een kudde olifanten kan er vrolijk op los stampen. De grond trilt dan hooguit een klein beetje. Toch zijn er vaak aardbevingen. Die hebben meestal veel slachtoffers en een enorme schade tot gevolg. Grote aardbevingen komen in Nederland niet voor. Die vinden vooral plaats in landen die precies op de plekken liggen waar breuken in de aardkorst zitten. Het klinkt gek, maar je kunt de aarde vergelijken met een gekookt ei waarin barsten zitten. Op de plaats van de scheuren vinden vaak aardbevingen plaats. Over de hele wereld zijn dat er honderden per dag. Van de meeste bevingen merken mensen maar weinig, maar af en toe gaat het mis. Dan trilt en schudt de aarde flink.



 










Een aardbeving kan wegen en bruggen ontwrichten.

Onopvallend of verwoestend

De aardkorst bestaat uit een aantal aardplaten of schollen. Deze zijn enorm groot en drijven op heet en stroperig magma. Heel Europa en bijna heel Azië liggen samen op één aardplaat. Want tussen Europa en Azië zitten geen breuklijnen in de aardkorst. Maar tussen Europa en Afrika zit er wel één. Afrika ligt daardoor op een andere aardplaat dan Europa. De hele aardkorst bestaat uit zeven grote en ongeveer acht kleinere aardplaten.

De meeste aardbevingen vinden plaats in de buurt van breuklijnen, maar niet allemaal. Ook bij vulkaanuitbarstingen kan de aarde bijvoorbeeld flink schudden. En als ergens een onderaardse grot of mijn instort, kan dat ook een aardbeving veroorzaken. Er ontstaan ook aardbevingen op de zeebodem. Die kunnen enorme golven veroorzaken, van wel vijftien meter hoog. Zo'n vloedgolf heet een tsunami. Er zijn ook nog aardbevingen die heel diep onder de aardkorst ontstaan, op zeshonderd kilometer diepte, ver van alle breuklijnen. Wetenschappers begrijpen nog niet precies hoe dat kan.>

Het gebied waar de aardbeving ontstaat, heet het hypocentrum. Het hypocentrum ligt meestal diep in de aardkorst. Recht boven het hypocentrum, op het aardoppervlak, ligt het epicentrum. Dit is het gebied waar de aardbeving het zwaarst is. Hoe verder je van het epicentrum af bent, hoe minder je de aardbeving voelt.


De aardplaten en breuklijnen.

De Amerikaan Charles Richter bedacht in 1915 een manier om aan te geven hoe krachtig aardbevingen zijn. Hij gaf ze cijfers van 1 tot en met 10. Een aardbeving met een kracht van één op de schaal van Richter is zo licht, dat je er niets van voelt. De zwaarst mogelijke aardbeving heeft een kracht van tien. Daarbij kunnen hele steden instorten. De kracht van aardbevingen kun je meten met een seismograaf.

Bij zware aardbevingen storten gebouwen in en gaan elektriciteits- en gasleidingen kapot. Daardoor kunnen er branden uitbreken. Vaak is er ook geen schoon drinkwater meer en worden veel mensen ziek. Ziekenhuizen zijn dikwijls ook vernield.

Er zijn veel organisaties die hulp bieden bij een aardbeving, zoals het Rode Kruis en de Verenigde Naties. Ze zetten hulpacties op touw, maar die kosten veel geld, net als de wederopbouw van een getroffen gebied. De mensen zijn soms jaren later nog bezig om de steden en dorpen weer op te bouwen. Om dit allemaal te kunnen betalen, houden hulporganisaties inzamelingsacties. Ze zetten dan grote advertenties in kranten en krijgen aandacht op tv. Ze vertellen hoe erg de ramp was en vragen mensen om geld te geven.

Details en informatie

  • Titel: Aardbevingen Informatie
  • Auteur(s): Victor Melenhorst
  • Nummer: IC203
  • Niveau: 3
  • Siso: J 567.2