Noordhoff Uitgevers

Aboriginals

Ongeveer 60 duizend jaar geleden kwamen de Aboriginals terecht in Australië. Zij waren de eerste bewoners van dit enorme continent. Het waren jagers en verzamelaars. Ze woonden niet op een vaste plek maar trokken rond op zoek naar voedsel. Mannen gingen jagen, dat deden ze bijvoorbeeld met een boemerang. Vrouwen verzamelden knollen en wortels. 
In 1770 ging de Engelse kapitein Cook aan land. De Engelsen maakten van Australië een kolonie. Hun komst had grote gevolgen voor de Aboriginals. Zij waren niet bestand tegen de besmettelijke ziektes die de Engelsen meebrachten, zoals de griep en de pokken. Veel Aboriginals werden ziek en gingen dood.
Vroeger hadden de Aboriginals een eigen territorium. Toen de Engelsen kwamen, namen zij de grond in bezit. Voor de Aboriginals was dat een groot probleem, omdat ze nu minder grond hadden om te jagen en te verzamelen.



Aboriginals joegen vroeger met speren en boemerangs vooral op kangoeroes maar ook op andere dieren als emoes en koala’s.


Oorspronkelijke bewoners

Heel lang hebben in Australië alleen Aboriginals gewoond. Zij woonden in een clan. Iedere clan had een eigen territorium. De grootte daarvan hing af van hoeveel voedsel er te vinden was.
Voor Aboriginals is de Droomtijd heel belangrijk. Dat is de tijd waarin de wereld volgens de Aboriginals werd geschapen. Hun voorouders kwamen uit het heelal of uit het binnenste van de aarde. Zij legden onder andere handelswegen aan. Via de wegen kwamen clans met elkaar in contact. Zo konden ze spullen ruilen en kennis uitwisselen.
De Aboriginals zijn de oorspronkelijke bewoners van Australië. Maar toen de Engelsen het land in bezit namen, kwamen de Aboriginals op de tweede plaats. Ze raakten hun land kwijt en ze moesten hard werken, vooral op grote veebedrijven in het binnenland. Ze mochten geen geld bezitten, daarom werden ze betaald met tabak, thee, voedsel en dekens. 
De Australische regering wilde dat er steeds minder Aboriginals kwamen. En dat hun cultuur en manier van leven zou verdwijnen. Pas in 1967 werden de Aboriginals voor de wet gelijk gesteld aan de andere Australiërs. Ze kregen dezelfde rechten als alle inwoners van Australië. Voor hun werk moesten ze voortaan met geld betaald worden. De veeboeren vonden hen nu ineens te duur en veel Aboriginals werden ontslagen.

Aboriginals hebben hun grond nooit als eigendom beschouwd. Maar het betekent niet dat een ander die grond dan mag gebruiken, bijvoorbeeld om er een mijn te bouwen, zoals de Engelsen deden. Het land verandert daardoor en heilige plaatsen uit de Droomtijd worden beschadigd. Volgens het geloof van de Aboriginals is dat heel erg. Maar de Engelsen legden in de wet vast dat het land van niemand was: terra nullius

Kunstenaars

Veel Aboriginals zijn kunstenaar. Aboriginals die in het binnenland van Australië wonen, maken vaak kunst over de Droomtijd. Zij gebruiken symbolen of tekens van vroeger. Aboriginals die in de regenwouden wonen, maken hun kunst vaak op een stuk boomschors.
Aboriginals die in de steden wonen, leven meer westers. Uiterlijk lijken ze meer op Australiërs dan de Aboriginals in het binnenland. Hun voorouders zijn niet alleen Aboriginals, maar ook Europeanen. Hun kunst is moderner. Ze gebruiken vaak fotografie of film om te laten zien wie ze zijn. Ze lijken blanke Australiërs, maar ze voelen zich Aboriginals. Dat willen ze met hun kunst graag duidelijk maken aan het publiek.


 Aboriginals gebruiken in hun traditionele kunst aardse kleuren en stippen. Ook dieren spelen vaak een belangrijke rol.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 24 Aboriginals.

Details en informatie

  • Titel: Aboriginals
  • Auteur(s): Petra Cremers
  • Nummer: 24
  • Siso: J Australie 954.1