Noordhoff Uitgevers

Achtbanen

Er zijn mensen die alleen naar een pretpark gaan voor de achtbanen. Ze houden van de sensatie om met grote snelheid naar beneden en over de kop te suizen. Dat geeft een heel opwindend gevoel. Het is eng en spannend tegelijk. Eigenlijk wordt je lichaam voor de gek gehouden. Het gaat allemaal zo snel, dat je hersenen flink in de war raken. En dat is precies de bedoeling van de bouwers van een achtbaan. Sommige mensen worden duizelig, anderen misselijk of bang. Vooral je evenwichtsorganen weten niet meer wat er aan de hand is. Je valt, maar zit vast. Je hangt ondersteboven en dan weer recht.
Als je met grote snelheid naar beneden schiet, daalt je gewicht tot nul. Net als ruimtevaarders ben je dan gewichtloos. Alleen duurt dat in een achtbaan maar heel even.

Loopings maken een achtbaan spannend.

Zwaartekracht en veiligheid

De zwaartekracht speelt een grote rol bij achtbanen. Als je in een wagentje naar beneden suist, lijkt het of je zweeft. De zwaartekracht is de kracht van de aarde die aan jouw lichaam trekt. Door de zwaartekracht val je steeds weer terug. Deze kracht wordt ook G-kracht genoemd. De G staat voor gravitatie, een ander woord voor zwaartekracht. De aarde trekt met een kracht van 1 G aan je. Daarom heb je een bepaald gewicht. Tijdens een val is de G-kracht kleiner. Je gewicht neemt af. Eventjes voel je jezelf zo licht als een veertje. Schiet je omhoog in je wagentje, dan wordt de G-kracht veel groter. Je voelt de druk.
In een achtbaan word je eerst in een wagentje omhooggetrokken. Daarna rijdt het wagentje vanzelf naar beneden. Dat gaat steeds sneller. Het wagentje krijgt steeds meer bewegingsenergie. Tot je weer omhooggaat. Dan gaat het steeds langzamer. De energie die in de beweging zit, gaat langzaam weer over in potentiële energie. Tot het wagentje weer de volgende heuvel afrijdt.
Het wagentje haalt elke volgende heuvel alleen maar als die iets lager is dan de vorige. Dat komt omdat het wagentje steeds een beetje energie verliest. Door de lucht en ook doordat de wielen altijd wat weerstand moeten overwinnen.

Op een glijbaan krijg je bewegingsenergie.

Als je bij een achtbaan over de kop gaat, val je niet uit het wagentje. Dat komt door de centrifugale kracht. Deze kracht ontstaat als iets ronddraait of door een bocht gaat. Denk maar aan een emmer met water. Als je die rondzwaait, blijft het water in de emmer. Ook al zwaai je hem over je hoofd. Is de centrifugale kracht te klein, dan valt het water uit de emmer. Bij achtbanen moeten de wagentjes heel snel door een lus of looping rijden. Anders vallen ze naar beneden.

Veiligheid is heel belangrijk bij achtbanen. Iedere inzittende zit met een stevige beugel vastgeklemd in zijn stoel. Onder de wagen zit een pal. Die blokkeert de wagen als deze terug zou willen rollen bij het omhoogrijden. Als derde veiligheidsmaatregel zitten de wieltjes zo om de buizen geklemd, dat een karretje er nooit af kan vallen.
Loopings maken een achtbaan extra spannend. Bij een kurkentrekker ga je over de kop, maar de lussen staan een beetje schuin.
De allerhoogste achtbaan staat in Japan. Hij is 71,5 meter hoog. In een achtbaan in Spanje maak je de meeste loopings en inversies: acht.

Bij sommige achtbanen eindig je in het water.

Details en informatie

  • Titel: Achtbanen
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: IC115
  • Niveau: 3
  • Siso: J 912.1