Noordhoff Uitgevers

Adoptie

In arme landen komt het vaak voor dat ouders hun kind laten adopteren. Dat doen ze meestal omdat ze niet genoeg geld hebben om eten voor het kind te kopen. Zo'n kind gaat dan naar een kindertehuis. Daar kan het wonen en wordt ervoor gezorgd. Sommige van die kinderen worden later weer bij een gezin geplaatst. Mensen die zelf geen kinderen kunnen krijgen, willen graag een kind adopteren. Per jaar worden ongeveer duizend buitenlandse kinderen in Nederlandse gezinnen geplaatst. Veel kinderen komen uit China, Colombia, Haïti, Zuid-Korea, India of Polen.

Als ouders heel arm zijn, zal het kind het later niet veel beter hebben. Daarom staan die ouders hun kind soms af.

Een nieuwe plek

De ouders die het kind adopteren, heten adoptieouders. Zij reizen naar het land waar het kind woont en nemen het mee. Dat gaat niet zomaar. Het duurt soms jaren voor het zover is. Er moeten allerlei onderzoeken worden gedaan en papieren ingevuld. Dan moeten de adoptieouders wachten. Als ze eindelijk horen voor welk kind ze mogen gaan zorgen, zijn ze dolblij. Voor iedereen wordt het dan heel spannend. De adoptieouders zijn meestal een week of twee in het land van het kind. Om nieuwe papieren in te vullen. En om te kijken waar het kind al die tijd geleefd heeft. En dan gaan ze naar huis.

Een adoptiekind moet aan alles wennen. Aan de nieuwe ouders en soms aan broertjes en zusjes. Eigenlijk is alles nieuw. De taal, het eten, het weer en noem maar op. Veel kinderen slapen daarom in het begin slecht. Ze krijgen zoveel te verwerken. Meestal is dat maar tijdelijk. Als een kind wat groter wordt, zijn er soms andere problemen. Het kind merkt dan dat hij anders is dan zijn adoptieouders. Soms maakt hij ruzie. Gelukkig gaat het met de meeste adoptiekinderen goed. Het is wel zo dat sommige kinderen heel erg benieuwd zijn naar hun biologische ouders. Andere willen er juist helemaal niet over praten.

Dit Chinese kind kent wel rijst, maar. hoe eet je nou een aardappel?

In de Tweede Wereldoorlog waren er veel kinderen zonder ouders. Er werd toen vaak over adoptie gepraat. In 1956 kwamen er wetten. Daarin stond dat geadopteerde kinderen dezelfde rechten hebben als andere kinderen. Recht op liefde, op zorg, op genoeg en gezond eten, op onderwijs en op gezondheid. In 1988 maakten 66 landen afspraken met elkaar over adoptie. Die werden vastgelegd in het Haags Adoptieverdrag. In het verdrag staat dat de belangen van de adoptiekinderen, hun biologische en hun 'nieuwe' ouders goed beschermd moeten worden. Er staan ook regels in waaraan landen en mensen zich bij adoptie moeten houden.

Adoptiekinderen zijn voor de wet gelijk aan alle andere kinderen. Maar de meesten voelen zich toch een beetje speciaal.

Details en informatie

  • Titel: Adoptie
  • Auteur(s): Susan van Schijndel
  • Nummer: JC094
  • Niveau: 2
  • Siso: J 323.5