Noordhoff Uitgevers

Als je blind of slechtziend bent

Wie een visuele beperking heeft, is blind of slechtziend. Een kind dat blind is, kan helemaal niets zien. Ook geen kleuren. Sommige blinde kinderen kunnen wel zien of het licht of donker is. Kinderen die slechtziend zijn, kunnen wel iets zien. Meestal zijn dat vage vormen, maar bij ieder kind is dat anders. Sommige kinderen zien alles alsof ze steeds door een wc-rolletje kijken. Probeer dat maar eens. Je hebt dan een heel klein gezichts-veld. Andere kinderen zien alles heel vaag. Meestal kan een slechtziend kind wel kleuren zien. Vooral als dat kleuren met contrast zijn. Dat betekent dat de kleuren fel tegen elkaar afsteken.

Een blind kind kan ook fietsen! Hier achterop een tandem.

Naar school

Blinde of slechtziende kinderen kunnen meestal naar school in hun eigen dorp of wijk. Een begeleider helpt ze daar. Slechtziende kinderen kunnen soms lezen uit boeken met extra grote letters. En schrijven in een schrift met dikke zwarte lijnen. Soms is het beter als een blind of slechtziend kind naar een speciale school gaat. Daar zitten ze in groepjes van ongeveer zeven kinderen. Ze krijgen taal, rekenen, schrijven en gym. Maar ook het vak oriëntatie. Dat is het vermogen om te bepalen waar je bent en hoe je naar een andere plek kunt gaan. Daarbij kunnen ze een stok gebruiken. Daar leren ze ook mee omgaan.

In de aardrijkskundeles kunnen blinde kinderen voelen hoe Nederland eruitziet.

Als je blind of slechtziend bent, kun je toch lezen en schrijven. De boeken hebben geen gewone letters, maar bobbeltjes. Die bobbeltjes vormen letters, cijfers of tekens. Met je vingers kun je voelen wat er staat. De naam voor deze manier van lezen en schrijven is braille (zeg: brajjuh). Blinde of slechtziende kinderen gebruiken een computer met een speciale braille-leesregel. Die regel ligt meestal voor het toetsenbord. Een computer-programma vertaalt de tekst op het scherm in brailletekens. De pennetjes op de leesregel gaan dan omhoog. Door over de leesregel te voelen, lezen de kinderen de tekst.

Iedereen heeft verschillende manieren om iets waar te nemen. Met je zintuigen kun je zien, ruiken, horen, voelen en proeven. Bij blinden en slechtzienden werkt een van die zintuigen niet of niet goed. Meestal zijn de andere zintuigen dan beter ontwikkeld. Daar moet je wel op oefenen. Blinde en slechtziende kinderen komen vaak veel te weten door te voelen of te tasten. Ze hebben een sterke tastzin. Ze kunnen ook meestal extra goed horen. Op straat gaan ze af op het geluid van fietsers, auto's en bussen. Ook kunnen ze het horen als iemand een grapje maakt. Aan de manier waarop de stem klinkt.

Details en informatie

  • Titel: Als je blind of slechtziend bent
  • Auteur(s): Lien van Horen
  • Nummer: JC262
  • Niveau: 2
  • Siso: J 463.1