Noordhoff Uitgevers

Angst

Iedereen is weleens bang. Voor een spin, voor een donkere zolder of voor een operatie in het ziekenhuis. Bang zijn is heel gewoon. Het hoort bij het leven. Soms voel je je heel erg angstig. Je kunt ook in paniek raken. Dan weet je haast niet meer wat je doet. Je hart bonst, je trilt en het zweet breekt je aan alle kanten uit. Mensen raken in paniek in een noodsituatie. Bijvoorbeeld bij een brand of een ernstig ongeluk.
Er zijn ook mensen die heel angstig zijn zonder dat dat nodig is. Die hebben last van een fobie. Straatvrees is zo'n fobie. Als je straatvrees hebt, durf je niet meer gewoon naar buiten.

In een noodsituatie raak je vaak in paniek.

Hoe ga je ermee om?

Je bang voelen in een gevaarlijke situatie, zoals brand, is een natuurlijke reactie. En het is heel nuttig. Door je angst maakt je lichaam bepaalde hormonen aan. Stoffen die prikkelend werken op organen in je lichaam. Die hormonen laten je hart en je ademhaling sneller gaan. Ook je hersenen werken er sneller door. Als je bang bent, kun je razendsnel denken en in actie komen. Zo kun je zo vlug mogelijk proberen jezelf in veiligheid te brengen.
Angsten zijn er in allerlei soorten. Echte angst kan een baby van een half jaar al voelen. Het kind heeft zich dan gehecht aan zijn vader en moeder. Bij het zien van een vreemde oppas begint het te huilen. Ook een peuter die in een winkel ineens zijn moeder kwijt is, voelt zich angstig. En zelfs iemand die voor het eerst op kamers gaat wonen, kan last hebben van deze verlatingsangst.

Een baby die zijn vader of moeder niet meer ziet, kan zich heel angstig voelen.

Nogal wat kinderen hebben faalangst. Misschien heb jij ook weleens het gevoel iets niet te kunnen. De angst dat je fouten maakt in een toets, waardoor het helemaal niet meer lukt.
Een beetje spanning voelen voor een musical-uitvoering is best gezond. Maar het is niet bepaald prettig als je door zoiets totaal van slag bent.
Veel mensen gaan verkeerd ademhalen als ze bang zijn. Daardoor krijgen ze het dan erg benauwd. Ze krijgen een aanval van hyperventilatie. Als je zo'n aanval hebt, denk je dat je stikt.
Bij hyperventilatie en bij angsten helpt het vaak als je je ontspant. Bijvoorbeeld voor een spreekbeurt. Je maakt je spieren zo slap mogelijk en haalt rustig adem. Bij faalangst is het belangrijk dat je leerkracht en je ouders je steunen. Dat kunnen ze doen door je te laten merken dat ze vertrouwen in je hebben.

Het kan gebeuren dat je niet alleen over je angst heen kunt komen. Vooral mensen met een fobie hebben vaak hulp nodig. Iemand met bijvoorbeeld vliegangst, kan daarvoor in therapie gaan. De huisarts verwijst hem of haar dan naar een therapeut. Dat is iemand die een speciale opleiding heeft gehad om mensen te helpen met het oplossen van hun problemen. Praten met een therapeut kan heel goed helpen. Er wordt ook in groepen over angsten gesproken. Je merkt dan dat je niet de enige bent die daar last van heeft.

In een praatgroep krijg je steun van lotgenoten.

Details en informatie

  • Titel: Angst
  • Auteur(s): Yvonne van Osch
  • Nummer: IC108
  • Niveau: 3
  • Siso: J 415.3