Noordhoff Uitgevers

Antillen

Wat hebben Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten met elkaar te maken? Het zijn eilanden die horen bij het Koninkrijk der Nederlanden. Maar ze liggen ver weg, tussen Noord- en Zuid-Amerika. Samen met honderden andere eilanden vormen zij de Antillen.
De eilanden hebben een tropisch klimaat, het is er altijd warm. Op Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten (de Bovenwindse Eilanden) is het ook vochtig. Van juni tot november is er het orkaanseizoen. Een orkaan brengt veel regen mee. Bomen kunnen omwaaien en huizen instorten. Op Aruba, Bonaire en Curaçao (de Benedenwindse Eilanden) is het droger.
De bewoners van de Antillen zijn heel verschillend en komen overal vandaan. Daarom worden er ook veel verschillende talen gesproken. Uit al die talen is een speciale taal ontstaan: het Papiaments. Die taal wordt vooral op de Benedenwindse Eilanden gesproken . Op de Bovenwindse Eilanden spreekt bijna iedereen Engels.

In het regenwoud op Saba groeien tropische planten als boomvarens, orchideeën en palmen. Veel toeristen gaan ernaartoe om een tocht door het regenwoud te maken.

Handel en slaven

Toen de Spanjaarden vijfhonderd jaar geleden Amerika ontdekten, landden ze ook op de Antillen. Daar woonden toen indianen. De meesten van hen werden door de Spanjaarden gevangengenomen en als slaven meegevoerd. In de zeventiende eeuw werd een aantal eilanden door Nederlandse zeevaarders veroverd. Zij vestigden zich op de eilanden en gingen er handel drijven. Ze handelden bijvoorbeeld in tabak, koffie en katoen. Maar ook in slaven. Vooral met die slavenhandel konden ze flink geld verdienen. Op veel Caribische eilanden werden plantages opgezet. De slaven moesten daar werken. Met de plantages ging het niet goed, met de slavenhandel wel. Vooral op Curaçao. De slaven werden uit Afrika gehaald en gingen naar de plantages in Amerika. Er zijn in totaal een half miljoen slaven verhandeld op Curaçao.
Soms werden de eilanden bezet door andere landen. Ze werden dan weer terugveroverd door de Nederlanders. Uiteindelijk bleven het Nederlandse kolonies tot 1954. Toen kregen de Nederlandse Antillen zelfbestuur, maar ze werden geen zelfstandig land. Nu zijn Aruba, Curaçao en Sint Maarten landen met een eigen regering binnen het koninkrijk. Zij kregen een status aparte. Bonaire, Saba en Sint Eustatius wilden bij Nederland blijven. Daar is de Nederlandse regering de baas en er gelden dezelfde wetten als in Nederland.

Ook voor de zoutwinning gebruikten de Nederlanders slaven. De zoutslaven sliepen de hele week in deze kleine huisjes, die nu nog op Bonaire te zien zijn.

Groot en klein

Het grootste eiland is Curaçao, met een oppervlakte van 444 vierkante kilometer. Maar het is nog kleiner dan Texel. Er wonen 137 duizend mensen, de meesten in de hoofdstad Willemstad. Curaçao hoort bij de Benedenwindse Eilanden. Deze eilanden zijn droog. Dat zie je aan de vegetatie op de cunucu (zeg: koenoekoe). Die bestaat uit laag struikgewas, cactussen en vetplanten. Deze planten hebben bijna geen water nodig.
Saba is het kleinste eiland. Het is 13 vierkante kilometer groot en er wonen zo'n 1500 mensen. Saba is eigenlijk de steile top van een dode vulkaan die op de zeebodem begint. Er zijn vier dorpen op het eiland en er is maar één basisschool. Voor middelbaar onderwijs moeten kinderen naar Sint Maarten.
Het is voor kinderen later niet gemakkelijk om werk te vinden. Op Aruba en Sint Maarten is veel werk in de toeristenindustrie. Maar op Curaçao heerst werkloosheid, vooral sinds de vroegere olieraffinaderij dicht is. Veel jongeren emigreren daarom naar Nederland, maar ook hier is het moeilijk om een baan te vinden. Sommige mensen gaan uiteindelijk weer terug omdat ze zich op Curaçao meer thuis voelen. En omdat het leven er minder gestrest is.

Details en informatie

  • Titel: Antillen
  • Auteur(s): Jakop van Sonderen
  • Nummer: IC294
  • Niveau: 3
  • Siso: J Ned Antillen 991