Noordhoff Uitgevers

Asielzoekers

Al tientallen jaren lang komen er asielzoekers naar Nederland. De meesten van hen zijn gevlucht uit landen waar oorlog of armoede is, of beide. De duizenden asielzoekers willen graag in ons land komen wonen. Maar dat valt niet mee. Want ze spreken geen Nederlands, hebben hier geen huis en geen werk. Iemand die gevlucht is, moet meteen als hij de grens over is, asiel aanvragen. Dat betekent dat hij de Nederlandse regering om bescherming vraagt. Daarna moet hij afwachten of hij van de regering mag blijven. Dat wachten kan soms jaren duren. Meestal wonen asielzoekers in die tijd in een asielzoekerscentrum. Daar kun je bijna nooit alleen zijn. Hele families leven bij elkaar in één kamer. Koken doen ze in de gemeenschappelijke keuken. Veel mensen slapen slecht door nare herinneringen. Of ze zijn depressief. Dat wordt vaak erger door het lange wachten en de onzekerheid. Als mensen dicht op elkaar wonen, ontstaan er gauw ruzies en vechtpartijen. Om het leven wat prettiger te maken, worden er leuke activiteiten voor de bewoners georganiseerd. Zoals dans- en kookavonden en knutselmiddagen voor de kinderen.

Samen eten in de grote keuken kan heel gezellig zijn.

Vluchten en dan...

Er zijn twee soorten vluchtelingen: economische vluchtelingen en politieke vluchtelingen. Economische vluchtelingen komen vaak uit een arm land. Ze weten dat veel mensen in Europa mooie kleren hebben en een eigen auto. Dat willen zij ook graag. Ze hopen dat ze in een ander land meer geld kunnen verdienen dan in hun eigen land. Of ze horen dat er in Europa volop werk is, terwijl ze in hun eigen land geen baan kunnen krijgen. Politieke vluchtelingen zijn bang om in hun eigen land in de gevangenis te komen of te worden gemarteld. Soms worden ze zelfs met de dood bedreigd. Bijvoorbeeld omdat ze actief zijn in de politiek en andere politieke ideeën hebben dan de machthebbers. Of omdat ze een geloof hebben dat in hun land verboden is. Alleen de politieke vluchtelingen worden officieel beschouwd als 'echte' vluchtelingen. Als al meteen duidelijk is dat een vluchteling om economische redenen in Nederland wil wonen, wordt hij teruggestuurd.

De regering voert een streng beleid. Lang niet iedereen die asiel aanvraagt, mag in Nederland blijven.

Als je vlucht, moet je bijna alles achterlaten: je huis, je spullen, je familie en je vrienden. Meestal vertrekken vluchtelingen 's nachts, zonder dat anderen ervan weten. Dan is de kans kleiner dat ze door iemand worden verraden of tegengehouden. Mensen die in het geheim hun land ontvluchten, roepen vaak de hulp in van mensensmokkelaars. Die regelen de reis voor veel geld. Ook zorgen ze voor valse paspoorten en valse reispapieren. Sommige mensen vluchten met het vliegtuig of de boot, maar meestal gaan vluchtelingen over land. De reis is vaak lang en gevaarlijk. Daarom krijgen kleine kinderen soms een slaappilletje, zodat ze niet gaan huilen.

In de Nederlandse Vreemdelingenwet staat wanneer een asielzoeker mag blijven. Er staat in dat iemand die in eigen land vervolgd wordt om zijn of haar geloof, ras, politieke overtuiging of lidmaatschap van een bepaalde groep, recht heeft op asiel. Alleen deze mensen heten volgens de wet vluchteling. Nederland heeft net als vele andere landen in 1951 het Vluchtelingenverdrag van Geneve ondertekend. De landen beloofden toen dat ze vluchtelingen bescherming zullen bieden.

Omdat alle asielzoekers graag willen blijven, zeggen ze bijna allemaal dat ze een politieke vluchteling zijn. Daarom zoeken medewerkers van de IND, de immigratie- en naturalisatiedienst, uit of het vluchtverhaal klopt. Dat uitzoeken duurt vaak erg lang. De asielzoeker gaat intussen naar een asielzoekerscentrum (AZC) en wacht daar het onderzoek af. Als de IND beslist dat de asielzoeker in Nederland mag blijven, krijgt hij een voorlopige verblijfsvergunning. Als het in zijn eigen land onveilig blijft, krijgt de asielzoeker na vijf jaar een verblijfsvergunning voor altijd. Dan kan hij een eigen huis gaan zoeken en gaan werken. Hij is nog wel verplicht om een speciaal inburgeringsprogramma te volgen. Dat bestaat uit lessen in de Nederlandse taal, lessen over de Nederlandse maatschappij en kennismaking met beroepen.

Details en informatie

  • Titel: Asielzoekers
  • Auteur(s): Jacqueline Schadee
  • Nummer: IC164
  • Niveau: 3
  • Siso: J 313.2