Noordhoff Uitgevers

Atletiek

Lopen, springen en werpen. Dit zijn allemaal onderdelen van atletiek. Atletiek is een populaire sport in Nederland. Het is geen teamsport, zoals voetbal. Het is een individuele sport, die je heel goed alleen kunt doen. Maar het is ook leuk om bij een club te trainen. Ongeveer 130 duizend Nederlanders zijn lid van een atletiekvereniging. Dat zijn atleten die regelmatig meedoen aan wedstrijden. Waarschijnlijk doen er nog veel meer mensen aan atletiek. In hun eentje of met vrienden.
Atletiek is een verzamelnaam voor een aantal sporten. De afzonderlijke sporten, zoals hordelopen of discuswerpen, worden onderdelen genoemd. Alle atletieksporten hebben iets te maken met lopen, springen of werpen.
Met atletiek kun je al heel jong beginnen, eigenlijk vanaf het moment dat je kunt lopen. Er zijn ook mensen van in de tachtig die nog regelmatig hardlopen. Kortom, een sport voor het hele leven.

Hardlopen is een onderdeel van atletiek. Kinderen lopen bij een wedstrijd kortere afstanden dan volwassenen, want hun spieren moeten zich nog ontwikkelen.

De oudste sport ter wereld

De mensen in de prehistorie hadden geen tijd voor sport en spel. Toch is het toen allemaal begonnen. De mannen die op jacht gingen, moesten goed kunnen rennen, springen en gooien.
Veel later, in de Griekse oudheid (3000-1000 voor Christus) gingen mensen voor de lol wedstrijdjes houden in wie het best kon rennen, springen en werpen. Die wedstrijden werden elke vier jaar vlak bij het dorpje Olympia gehouden. Daar komt de naam Olympische Spelen vandaan. De belangrijkste onderdelen waren speerwerpen, hardlopen en discuswerpen.
Na de Griekse en Romeinse tijd werd er in Europa lange tijd niet aan atletiek gedaan. Pas in de negentiende eeuw werd de sport weer populair. In 1896 werden in Athene (Griekenland) de eerste 'moderne' Olympische Spelen gehouden. Er waren deelnemers uit meer dan tien verschillende landen.

Enkele onderdelen

Atletiek is niet alleen de oudste sport ter wereld, maar ook de meest veelzijdige. Als je verschillende onderdelen doet, oefen je op kracht, snelheid en uithoudingsvermogen. Je leert je lichaam én je hoofd goed te gebruiken. Vooraf moet je goed bedenken hoe je een wedstrijd moet aanpakken. Bij ieder onderdeel gebruik je een andere tactiek. Bij sprinten is het van belang dat je een snelle start maakt en je helemaal geeft. Bij lange afstanden gaat het anders. Daar is het juist de kunst om je energie goed te verdelen. Bij het onderdeel verspringen neem je een lange aanloop. Daarbij mag je niet over de streep komen, want dan is je sprong niet geldig. Bij werpen is het van belang dat je de bal of de kogel in een glijdende of draaiende beweging zo ver mogelijk weggooit. En dan wel de goede kant op!

Bijna iedere atletiekvereniging heeft een atletiekbaan. Zo'n baan is meestal ovaal. De buitenste ring is voor hardlopen, daarbinnen is ruimte voor de andere onderdelen.
Een baan kan gemakkelijk worden aangepast voor de verschillende onderdelen, bijvoorbeeld voor het hordelopen. Op de baan worden dan hindernissen geplaatst.
Lang niet alle atleten oefenen op de atletiekbaan. Sommigen lopen alleen op de weg of in het park. Meestal oefenen zij dan voor middellange of lange afstanden, zoals de marathon.

Momenteel zijn er 24 officiële atletiekonderdelen, maar er komen regelmatig nieuwe onderdelen bij. Atletiek is dus een sport waarmee je alle kanten uit kunt.

Atletiek is een buitensport. Toch worden er ook atletiekwedstrijden binnen gehouden, bijvoorbeeld hoogspringen.

Details en informatie

  • Titel: Atletiek
  • Auteur(s): Leuntje Aarnoutse
  • Nummer: IC317
  • Niveau: 3
  • Siso: J 616.8