Noordhoff Uitgevers

Atomen en moleculen

De stenen op aarde, een pak yoghurt, je eigen lichaam: alles bestaat uit materie. Wat gebeurt er als je materie, bijvoorbeeld een liter water, deelt en alsmaar verder deelt? Uiteindelijk houd je één molecuul water over. Als je een molecuul nog verder opsplitst maak je hem kapot, het is dan geen water meer. Wat je dan overhoudt zijn atomen.
Er is veel onderzoek gedaan naar materie. En wetenschappers hebben al veel antwoorden gevonden. Toch zullen onderzoekers zich wel eens achter de oren krabben. Want steeds als er iets nieuws ontdekt wordt, komen er tegelijkertijd weer andere vragen op. Zo’n vraag is bijvoorbeeld: waar komt alle materie vandaan? En is materie er altijd geweest?
Tegenwoordig denken wetenschappers dat bijna alle materie ooit is gevormd tijdens de oerknal.  


Je eigen lichaam bestaat ook uit materie, de stoffen die je hier ziet. Het grootste gedeelte van je lichaam bestaat uit zuurstof en waterstof, twee stoffen die samen water vormen. Koolstof ken je als verbrand hout. Stikstof zit als gas in de lucht en het zit ook in kunstmest. 

In de molecuul

Elk molecuul is opgebouwd uit atomen. Meestal zijn het verschillende atomen. Zij zitten aan elkaar vast in een molecuul. Sommige moleculen bestaan uit één soort atomen, bijvoorbeeld zuurstof. 
Het heeft lang geduurd voor men ontdekte wat er in een atoom zit. Een atoom heeft een kern. Daaromheen draaien elektronen. Die vliegen met een snelheid van 2000 km per seconde. In de kern zitten ook weer deeltjes. Om uit te zoeken waar deze deeltjes uit bestaan, hebben wetenschappers in Zwitserland een apparaat gebouwd. Met dat apparaat laten ze op hoge snelheid deeltjes op elkaar botsen. Stel het je voor als een horloge dat je heel hard tegen een muur kapot gooit. Dan komen er allerlei onderdelen uit vallen.


Dit model van een atoom laat zien dat de kern uit deeltjes bestaat met daaromheen een zwerm elektronen. De verhouding van de afstand klopt niet. Als in de tekening de elektronen op de juiste afstand zijn getekend, hadden ze honderden meters ver weg moeten staan.

Onderzoek

Op het voortgezet onderwijs krijg je les in scheikunde. Je onderzoekt hoe je stoffen moet scheiden, maar ook hoe je nieuwe stoffen kunt maken. 
Een scheikundige kan moleculen uit elkaar halen en hij kan nieuwe combinaties maken van atomen en moleculen. Scheikundigen werken bijvoorbeeld in de voedingsindustrie. Daar bedenken en maken ze nieuwe smaken en kleuren.
Scheikundigen die voor de rechtbank werken, zoeken uit of er resten drugs, geneesmiddelen of gif in het lichaam van een overledene zitten.
Een scheikundige kijkt heel anders naar materie dan wij. Hij ziet materie als moleculen en atomen. Daardoor kan hij verklaren wat er gebeurt als bijvoorbeeld water smelt of als je een geur ruikt.
 
In boeken over atomen en moleculen kom je altijd de namen van onderzoekers Marie en Pierre Curie tegen. Zij werkten met stoffen die straling afgeven. Marie Curie ontdekte dat sommige atomen vanzelf uit elkaar vallen. De kernen van deze atomen zijn vaak erg groot in vergelijking met andere atomen. Uit deze kernen kunnen vroeg of laat deeltjes wegschieten. Het atoom verandert dan en dat is heel gevaarlijk. Omdat Marie Curie veel met deze atomen werkte, werd ze ziek. In 1934 stierf ze aan kanker. Niemand wist toen nog dat straling kanker kan veroorzaken. Voor haar onderzoek kreeg Curie een paar keer een Nobelprijs, een belangrijke internationale prijs voor wetenschappers.  

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 55 Atomen en moleculen 

Details en informatie

  • Titel: Atomen en moleculen
  • Auteur(s): William van den Akker
  • Nummer: 55
  • Niveau: 3
  • Siso: J 538