Noordhoff Uitgevers

Bacteriën en schimmels

Bacteriën en schimmels vallen meestal niet op, maar er zijn erg veel soorten en ze zijn overal: op je eten, op tafel, op je handen en tussen je tanden. Bacteriën zijn organismen en bestaan maar uit één cel. Die zijn zo klein dat je ze niet kunt zien. Een bacterie wordt nooit groot. Als hij groeit, snoert hij zich doormidden. De beide helften raken los van elkaar en er ontstaan twee bacteriën.
Schimmels bestaan uit dunne, bleke draadjes. Ook die kun je met het blote oog niet zien. Pas als ze een grote massa draden vormen, een zogenoemde mycelium, zie je ze wel.
Bacteriën en schimmels zijn soms lastig en gevaarlijk. Maar ze zijn vooral nuttig en zonder bacteriën en schimmels zou er geen leven mogelijk zijn.


Bacteriën kunnen er heel verschillend uitzien. Je ziet hier de belangrijkste vormen: bolletjes (kokken), staafjes en spiraaltjes (spirocheten). Sommige bacteriën hebben draadjes om mee te zwemmen.

Groeien

Alles wat leeft heeft energie nodig. Ook bacteriën, zij halen hun energie uit stoffen die afkomstig zijn van een plant of dier, bijvoorbeeld uit zure melk.
Schimmels planten zich voort door sporen. Een spore kan wegwaaien en ergens anders weer tot een nieuwe schimmel uitgroeien.
Als het koud is groeien bacteriën en schimmels heel traag. En als het ijskoud is, groeien ze helemaal niet. Daarom kun je brood en vlees heel lang in de vriezer bewaren. Er zitten wel bacteriën en schimmels op en in, maar die kunnen niet groeien. Ze groeien wel heel hard als het warm en vochtig is. 


Paddenstoelen zoals deze stuifzwam maken miljoenen sporen. Elke spore kan uitgroeien tot een nieuwe schimmel.

Het is vervelend dat vlees en brood kunnen rotten en beschimmelen door bacteriën en schimmels. Ook hout dat rot, bijvoorbeeld een raamkozijn, is vervelend. Maar bacteriën en schimmels zijn ook goede opruimers in de natuur. Zij breken niet alleen dood hout af, ook dode bladeren, dode dieren en alle poep van dieren. Op die manier komen er voedingsstoffen vrij die planten weer kunnen gebruiken.
Een dood lichaam breekt dus snel af, maar jouw levende lichaam kan zich heel goed verdedigen tegen bacteriën en schimmels: je hebt er weerstand tegen. Je huid houdt bacteriën en schimmels tegen. Als je een wondje hebt, is dat een zwakke plek. Je lichaam zorgt dat er snel een korstje opkomt. Soms kun je toch een infectie krijgen. Je kunt dat voorkomen door de wond goed schoon te maken.

Van nuttig tot onmisbaar

Via je mond komen heel veel bacteriën en schimmelsporen naar binnen. Ze komen dan in je maag en darmen. De maag is heel zuur, dus veel bacteriën en schimmels overleven dat niet.
De meeste bacteriën en schimmels zijn heel nuttig en zelfs onmisbaar. Zonder die bacteriën zou je niet kunnen leven. In je darmen zitten bijvoorbeeld wel honderdduizend miljard bacteriën die je helpen bij het verteren van voedsel.

Bacteriën en schimmels worden ook gebruikt om eten en drinken van te maken, bijvoorbeeld gist. Bakkers voegen gist aan brooddeeg toe. Als ze het deeg een tijdje warm laten rusten, gebruikt de gist het meel als voedsel. Daardoor wordt het brood lekker luchtig. Ook wordt gist gebruikt om bier en wijn te maken.
Sommige bacteriën worden gebruikt om melk te veranderen in yoghurt. Bacteriën en schimmels worden ook gebruikt om medicijnen mee te maken, bijvoorbeeld penicilline. Dat middel kan schadelijke bacteriën in je lichaam doden.

Details en informatie

  • Titel: Bacteriën en schimmels
  • Auteur(s): Geert-Jan Roebers
  • Nummer: 44
  • Niveau: 4
  • Siso: J 579.1