Noordhoff Uitgevers

Bakker

Veel mensen vinden de geur van versgebakken brood de lekkerste die er is. Dat vinden bakkers zelf ook. Elke ochtend halen ze in alle vroegte de dampende broden uit de oven: bruin, volkoren en wit, brood met sesam of zonnepitten, kadetjes, krentenbrood. Te veel om op te noemen.

Voordat het verse brood in de winkel kan worden uitgestald, is er door de bakker heel wat werk verzet. Dat begint al om half vier in de nacht met het controleren van de ovens. Daarna haalt hij de bakblikken met gerezen deeg uit de narijskast en zet ze in de hete oven. Terwijl de broden gebakken worden, is de bakker bezig met het maken van andere producten, zoals croissantjes, krentenbollen of Italiaanse bollen. Een bakker die zelf brood bakt in zijn bakkerij, is een ambachtelijke bakker. Er zijn ook industriële bakkerijen.

Een bakker met een eigen bakkerij heet ook wel een 'warme bakker´.

Brood en banket

Het werk in een bakkerij gaat volgens een strak schema. Zo begint het maken van brood al op de dag voordat je het koopt. Dan doet de bakker meel, water, boter en zout in de kneedmachine. Daarin wordt het deeg gekneed. Als laatste voegt de bakker gist toe. Het deeg is pas goed wanneer je het als kauwgom uit elkaar kunt trekken. Daarna gaat het in de verdeelmachine om er stukken van te maken die allemaal even zwaar zijn. Bakkers deden vroeger al het zware werk met de hand. Nu staat een bakkerij niet alleen vol met grote, stalen ovens en koelcellen, je ziet er ook allerlei apparaten. Zo is er een apparaat om bollen te maken. En een speciale machine waarin de stukken deeg rijzen. Ze 'ploffen' daarbij steeds in een ander bakje. Na het rijzen geeft de bakker een aantal broden nog een speciale bovenkant. Hij knipt ze in of rolt ze door de zonnebloempitten of sesamzaadjes. Na het narijzen moeten de broden 35 tot 50 minuten bakken. De broden die helemaal achter in de grote oven staan, haalt de bakker eruit met een schieter, een lange, houten schep. Een goed brood moet vier uur in de oven. In die uren denkt de bakker steeds vooruit.

Als je bakker wilt worden, kun je kiezen voor broodbakker of banketbakker. Een banketbakker maakt elke dag taart, koek en gebak. En voor de speciale feestdagen ook paaseieren, marsepein en borstplaat. Banketbakkers moeten niet alleen hun vak beheersen, ze moeten ook creatief zijn. Ze maken vaak kunstwerken van bruids- en verjaardagstaarten. Ook verzinnen ze regelmatig een nieuw soort gebakje of lekkere koek. Net als de broodbakker begint ook de banketbakker 's nachts al met zijn werk. Om half negen moeten de verse taarten en gebakjes immers in de winkel liggen. In een bakkerij wordt gewerkt met veel verschillende grondstoffen en gereedschappen. Het is belangrijk dat alle spullen een vaste plaats hebben, zodat je niet misgrijpt. Ook moet alles in de bakkerij brandschoon zijn. Anders krijg je schimmels of muizen in de voorraad. En klanten kunnen dan ziek worden als ze de producten opeten.

Om alle chocoladeletters, taaitaai en ander decembersnoepgoed te maken, worden er aan het eind van het jaar heel wat overuren gemaakt in de bakkerij.

Als je bakker wilt worden, kun je op het vmbo kiezen voor de richting 'consumptie'. Daar leer je al wat basisvaardigheden. Het echte bakkersvak leer je op een roc, een regionaal opleidingencentrum. Je kiest dan een richting: broodbakker, banketbakker of beide. Er zijn twee manieren om te studeren. Je kunt vijf dagen per week naar school en stage lopen bij een bakker of vier dagen werken in een bakkerij en één dag naar school. Dat is een prettige manier als je niet zo graag leert uit boeken. Op beide manieren kun je na een paar jaar werken als allround bakker.

Details en informatie

  • Titel: Bakker
  • Auteur(s): José Gruwel
  • Nummer: IC202
  • Niveau: 3
  • Siso: J 678.3