Noordhoff Uitgevers

Ballet

Heb je wel eens goed naar een ballet-danseres gekeken? Wat direct opvalt, is haar lichaamshouding. De schouders zijn ontspannen, de nek is lang, de rug recht en de buik aangespannen. De bewegingen die een ballet-danseres maakt, zijn heel sierlijk. Een arm gaat niet zomaar de lucht in. De beweging is geoefend. Wel tien, of twintig, of honderd keer. Net zolang tot het helemaal perfect is. Om het er nog mooier uit te laten zien, danst een ballerina vaak op spitzen. Dat zijn ballet-schoenen met een harde punt. Daarmee kan een ballerina op haar tenen dansen. Kinderen mogen dat niet. Je moet er ongeveer twaalf jaar voor zijn. Pas dan zijn de botten van je voeten, enkels, knieën en rug sterk genoeg.

Mannen zijn ook nodig bij ballet. Ze laten de vrouwen bijvoorbeeld door de lucht zweven.

Overal hetzelfde

Ballet bestaat al vierhonderd jaar. De regels en de passen van ballet zijn vastgelegd in boeken. Daarom ziet ballet er over de hele wereld hetzelfde uit. Er zijn dus vaste danspassen. Maar er zijn ook vijf basis-posities. Met zo'n positie wordt de stand van de armen en benen aangegeven. Als een ballet-danseres de vijf basis-posities kent, kan ze moeilijkere figuren oefenen. Voorbeelden daarvan zijn de arabesque (zeg: arrabesk) en pirouette (zeg: piroewet). Ballet-danseressen dragen gemakkelijke kleren van een soepele stof. Een ballet-pakje mag niet afknellen, maar ook niet flodderen.

Bij balletles zie je veel meisjes, maar af en toe ook jongens. Ze vinden ballet en dansen leuk.

In theaters en schouwburgen worden regelmatig ballet-voorstellingen gegeven. Soms zijn ze speciaal voor kinderen bedoeld. Er zijn veel ballet-verhalen die nog worden opgevoerd. Bijvoorbeeld Doornroosje, Giselle, Het Zwanenmeer of De Notenkraker. Het Zwanenmeer is een van de bekendste balletten. Het werd in 1877 voor het eerst in Rusland gedanst. Bij Het Zwanenmeer wordt niet gezongen of gepraat. Er is alleen muziek en dans. Aan de danspassen kun je zien waar het verhaal over het gaat. Het verhaal wordt uitgebeeld. Ballet was ongeveer honderd jaar geleden voor het eerst in Nederland te zien. Russische ballet-dansers gaven hier toen de eerste voorstellingen.

Je kunt op ballet gaan als hobby. Gewoon omdat je het leuk vindt. Maar ballet-danseres is ook een beroep. Daar moet je wel veel voor doen en laten. Allereerst moet je gezond, sterk en lenig zijn. Verder moet je jong beginnen en talent hebben. Talent betekent dat je uit jezelf iets goed kunt. Om naar een echte balletschool te mogen, moet je tussen de tien en twaalf jaar oud zijn. Je doet dan eerst auditie om te laten zien wat je kunt. Op de balletschool maak je lange dagen. 's Ochtends zijn er danslessen, 's middags ga je naar school. Aan het einde van de dag maak je huiswerk. Alleen in Den Haag en Amsterdam zijn opleidingen voor klassiek ballet. Kinderen die daar ver vandaan wonen, gaan daarom meestal in een gastgezin.

 

Details en informatie

  • Titel: Ballet
  • Auteur(s): Isabelle de Ridder
  • Nummer: JC224
  • Niveau: 1
  • Siso: J 791.4