Noordhoff Uitgevers

Beroepen van vroeger

Veel beroepen van vroeger bestaan niet meer. Een lantaarnopsteker is niet meer nodig, want tegenwoordig gaan de lantaarns vanzelf aan en uit. Ze werken op elektriciteit, net als heel veel andere apparaten en machines. Veel werk dat vroeger met de hand gedaan werd, is overgenomen door die apparaten en machines. Alle spullen die de mensen hadden, werden vroeger met de hand gemaakt. Zoals stoelen, kleden, borden en bezems. Er waren veel verschillende ambachten. Een ambacht is iets maken met je handen. Een ambacht werd doorgegeven van vader/moeder op zoon/dochter. De spullen die de ambachtslieden maakten, verkochten ze vaak zelf. Er waren ook marskramers; koopmannen die met spullen langs de deuren gingen.  


De man links haalt tonnen met poep op bij de mensen. Het riool bestond nog niet.

Van mens naar machine

Veel mensen werkten vroeger thuis of op het land. Zoals Marie. Ze was weefster van beroep. Ze had het weven van haar moeder geleerd. Ze had een weefgetouw thuis staan, dat is een werktuig om stoffen mee te weven. Maar thuis weven ging niet zo snel. Het was steeds moeilijker om de stoffen te verkopen. Mensen hadden liever goedkope stoffen die in de fabriek gemaakt werden. Een fabriek is een groot gebouw waar heel veel machines staan. In de weeffabriek stonden grote machines die meerdere weefgetouwen tegelijk konden bedienen. Daardoor kon er heel veel stof worden geweven in een korte tijd. Dat gaf een grote productie. Marie ging in de weeffabriek werken. In Nederland kwamen steeds meer fabrieken. Dat was een grote verandering. Een ander woord voor verandering is revolutie. Daarom wordt de tijd waarin veel machines en fabrieken ontstonden de industriële revolutie genoemd.

Op het water en op het land

De visser en de boer bestaan al duizenden jaren. De visser gaat de zee op om te vissen. Dat is niet veranderd. Wat wel veranderde, is hoe er gevist wordt, en waarmee. Vroeger gebruikte de visser een simpele boot met een net. Hij ving genoeg om zelf van te eten en de rest verkocht hij in zijn eigen dorp. 
Ook het werk op de boerderij is veranderd. Vroeger deed de boer al het werk met de hand. Soms had hij een paard om een kar te trekken. Het hele gezin hielp mee. De boerin maakte boter en kaas van de melk. De kinderen maakten de stal schoon of molken de koeien. Sommige kinderen gingen af en toe naar school, maar tot het jaar 1900 was dat niet verplicht. Als er veel werk te doen was op de boerderij, was er geen tijd om naar school te gaan. Op het land waren weinig echte beroepen. Was het zaaitijd, dan was je zaaier. Moest er gehooid worden, dan was je hooier. Of maaier, melker of fruitplukker.


Nog een beroep dat niet meer bestaat: schillenboer.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 24 Beroepen van vroeger.

Details en informatie

  • Titel: Beroepen van vroeger
  • Auteur(s): Truus Visser-van den Brink
  • Nummer: 24
  • Niveau: 2
  • Siso: J 318