Noordhoff Uitgevers

Blaasinstrumenten

Muziekinstrumenten zijn er in alle soorten en maten. Instrumenten waar je op moet blazen om er geluid uit te krijgen, heten blaasinstrumenten. Geluid ontstaat doordat de lucht om je heen gaat trillen. De trillingen van de lucht heten geluidsgolven. Zijn de trillingen regelmatig, dan hoor je een toon. In de muziek bestaan lage en hoge tonen. Alle tonen die daartussen liggen, heten middentonen. Een blaasinstrument is eigenlijk een simpel instrument. Het is een buis met gaatjes erin. Met je vingers kun je de gaatjes dichtdoen. Een korte buis geeft hoge tonen. Een lange buis geeft lage tonen.

Een piccolo.

Houtblazers en koperblazers

Er zijn twee soorten blaasinstrumenten: houten blaasinstrumenten en koperen blaasinstrumenten. De fagot, de hobo, de klarinet, de saxofoon en de fluit zijn houten blaasinstrumenten. Ze hebben allemaal een eigen klank. Aan het mondstuk van de meeste houten blaasinstrumenten zit een riet. Als je daarop blaast, gaat de lucht in het mondstuk trillen. Die trillende lucht stroomt vervolgens in de buis. Aan een dwarsfluit zit geen riet. Je speelt erop door lucht langs een gat te blazen. Het mondstuk van een blokfluit is helemaal van hout. Een blokfluit is het makkelijkst te bespelen.

Een houtblazer sabbelt voor hij gaat spelen meestal eerst even op zijn riet. Daar wordt het soepel van, en dan trilt het beter.

De meeste koperen blaasinstrumenten zijn niet alleen van koper gemaakt. Koper is namelijk een erg zacht metaal. Meestal wordt koper samengesmolten met tin. Koper en tin samen vormen een nieuwe, harde metaalsoort: messing. De trompet, de tuba, de trombone en de hoorn zijn koperen blaasinstrumenten. Om op zo'n instrument te kunnen spelen, moet je je blijvende gebit hebben. Het metalen mondstuk steunt tegen je voortanden.
De meeste dorpen en steden in Nederland hebben een harmonie of fanfare. Daarin spelen houtblazers en koperblazers samen, bijvoorbeeld op Koninginnedag. Veel kinderen beginnen bij de harmonie of fanfare met muziek maken.

Het geeft voldoening om samen mooie muziek te maken.

Een apart blaasinstrument is de mondharmonica. Het is een klein, plat instrumentje met een rij gaatjes. In elk gaatje zit een riet. Door lucht in of uit te ademen langs die rieten, gaat de lucht in de mondharmonica trillen. Dat geeft een beetje een droevig geluid.
Een panfluit ziet er ook anders uit dan de overige houten blaasinstrumenten. Deze fluit bestaat uit een rij buizen naast elkaar. Die buizen hebben verschillende lengtes. Door langs de gaten in de buizen te blazen, kun je tonen maken.

Details en informatie

  • Titel: Blaasinstrumenten
  • Auteur(s): Jeroen Denters
  • Nummer: JC082
  • Niveau: 2
  • Siso: J 784.4