Noordhoff Uitgevers

Bomen

Bomen zijn belangrijk voor mensen en dieren. Vogels bouwen er hun nesten in. Muizen graven tussen de wortels hun hol. Als je van klimmen houdt, heb je vast wel eens boven in een boom gezeten. Terwijl misschien onder je mensen profiteerden van de schaduw van de bladeren. Bomen kunnen dienen als woonplaats, schaduwgever, brandstof, bouwmateriaal, klimmogelijkheid en uitkijkpost.
Maar ze doen nog iets heel belangrijks: ze zuiveren de lucht. Mensen en dieren kunnen niet leven zonder zuurstof. Daarom kan de wereld niet zonder bomen en planten.
Mensen planten ook bomen omdat ze ze mooi vinden. Overal zie je bomen: in tuinen, parken en bossen; in dorpen en steden.

Bomen kunnen honderden jaren oud worden.

Grote planten

Bomen zijn eigenlijk grote planten. Elke plant met een stevige stam noemen we een boom. Behalve een stam heeft elke boom wortels en een kroon. De kroon bestaat uit de hoofd- en zijtakken met daaraan de bladeren. Soms is het wortelstelsel, dat onder de grond zit, net zo groot als de kroon. Dit stelsel bestaat uit hoofdwortels, zijwortels en haarwortels. Al deze wortels zuigen water en voedingsstoffen uit de bodem en vervoeren dit naar de rest van de boom. Ook zorgen de wortels ervoor dat de boom stevig staat.
Een volwassen boom groeit niet meer in de lengte, maar wel in de breedte. Hij wordt alleen nog maar dikker. Elk jaar groeit er in de stam een nieuw laagje, tussen het binnenste van de boom en de bast die daaromheen zit. Omdat er elk jaar een nieuwe laag bijkomt, noemen we dit een jaarring. Aan het aantal jaarringen van een omgezaagde boom kun je zien hoe oud de boom is.

 

Zo zien de jaarringen van een boom eruit.

Je kunt bomen verdelen in naaldbomen, loofbomen en palmen. Naaldbomen hebben geen bladeren, wel naalden. Loofbomen zijn bomen met bladeren. De bladeren van een boom kunnen niet tegen de winterkou in Nederland. Daarom vallen ze in de herfst van de boom. In warmere, zuidelijke landen blijven loofbomen soms wel het hele jaar groen. Loofbomen planten zich op verschillende manieren voort. Het stuifmeel wordt meegenomen door de wind. Of een boom lokt met zijn geurige bloemen allerlei insecten, die dan het stuifmeel verspreiden. De eik krijgt bezoek van eekhoorntjes. Zij verzamelen eikels voor de winter en verstoppen die onder de grond. Uit de eikels die ze niet meer terugvinden kunnen eikenbomen ontstaan.

In Nederland komen vooral uitheemse boomsoorten voor. Dit zijn bomen die uit andere landen naar Nederland zijn gebracht. De tamme kastanje bijvoorbeeld hebben de Romeinen meegebracht naar Nederland. De dikste boom in Nederland is een tamme kastanje. Hij heeft een stamomtrek van 8,5 meter. Dit is een kleintje vergeleken bij de Afrikaanse apenbroodboom. Die heeft een omtrek van maar liefst 33 meter. Of de Amerikaanse sequoia, (zeg: sekwoja) die langer is dan 100 meter.

De sequoia kan wel 1000 jaar oud worden. Hij is dan net zo hoog als de Dom in Utrecht: honderd meter!

Details en informatie

  • Titel: Bomen
  • Auteur(s): Marlies Huijzer
  • Nummer: IC021
  • Niveau: 3
  • Siso: J 588.1