Noordhoff Uitgevers

Brood

Brood wordt in de hele wereld gegeten. Maar het ziet er niet overal hetzelfde uit. In Nederland eten de meeste mensen dungesneden boterhammen. De Fransen eten graag stokbrood. En in Engeland houden ze van sandwiches (zeg: sendwitsjis), dat zijn dubbele boterhammen met iets ertussen. In al die soorten brood zit ongeveer hetzelfde. Meel, gist en water. Meel is gemalen graan. Door gist toe te voegen, rijst het brood en wordt het luchtig. Brood is er niet altijd geweest. Ongeveer achtduizend jaar geleden aten de mensen wel graan. Dat was zo hard dat ze er water bij deden. Dat werd een soort pap. Toen ze minder water bij de pap deden, werd het deeg. Dat konden ze bakken.

Gist maakt een brood luchtig.

Graankorrels

Brood wordt van graankorrels gemaakt. Er zijn verschillende soorten graan: tarwe, rogge, gerst en mais. Van al die soorten kan een bakker brood maken. In Nederland groeit vooral rogge. Maar brood van tarwe is lekkerder. Daarom halen we tarwe uit Amerika en Rusland. Graankorrels moeten eerst worden gemalen om er brood van te kunnen bakken. Van grof gemalen hele graankorrels wordt volkorenbrood gebakken. Als alleen het witte binnenste van een graankorrel wordt gemalen, dan krijg je witte bloem. Daarvan kun je wit brood, kadetjes en stokbrood maken.

Volkoren brood is gezonder dan wit brood. Dat komt doordat de hele graankorrel er nog in zit.

Een bakker staat 's ochtends vroeg op. Voordat de winkel opengaat, moeten alle broden klaar zijn. Elke dag opnieuw, want brood droogt snel uit. En vers brood is het lekkerste dat er is. De bakker mengt het meel, gist en water in grote kuipen. Om daar een goed deeg van te maken, moet het gekneed worden. Dat doet hij niet zelf. Hij heeft er in zijn bakkerij machines voor. Als de kneedmachine klaar is, maakt hij er bollen van. Die gaan in de bollenkast. Dat is een warme ruimte waar het deeg rustig kan rijzen. Daarna gaat het deeg in pannen of bussen. Dat zijn de metalen vormen waarin de broden gebakken worden.

Deeg kneden is zwaar werk. Voordat er machines bestonden, kneedden bakkers het met hun voeten.

Een bakker die alles zelf doet heet een warme bakker. Sommige bakkers kopen half afgebakken broden. Die moeten nog even in de oven. Zo kan de bakker altijd vers brood verkopen. En het ruikt lekker in zijn winkel. Brood dat je in een supermarkt koopt, komt niet van een warme bakker. Het wordt gemaakt in een broodfabriek. Daar gaat alles met de lopende band. Veel mensen houden niet van fabrieksbrood. Ze kopen liever vers brood bij een bakker. Dat smaakt niet alleen beter, het ruikt ook lekkerder.

Een bakker verkoopt soms wel veertig soorten brood. Iedereen heeft zijn eigen smaak.

Details en informatie

  • Titel: Brood
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: JC096
  • Niveau: 1
  • Siso: J 678.3