Noordhoff Uitgevers

Bureau Halt

Ieder kind haalt wel eens kattenkwaad uit. Belletje trekken of een buurjongetje plagen, daar ligt niemand wakker van. Maar soms verandert kattenkwaad in strafbaar gedrag. Stelen of de stoelen van een bus stuksnijden mag niet. Dat is strafbaar. Kinderen van 12 tot 18 jaar die strafbare feiten plegen, komen bij Halt terecht. Bij Halt krijgen zij de kans om hun fouten goed te maken met een Halt-straf. Krijg je een Halt-straf dan heb je een paar gesprekken: samen met je ouders en bij Halt. Je gaat je excuses aanbieden aan het slachtoffer, je vergoedt de schade en je maakt leeropdrachten. Soms krijg je ook een werkstraf Als je de Halt-straf goed hebt doorlopen dan hoef je niet naar de kinderrechter. Je krijgt dan ook geen strafblad.
Het woord Halt is een afkorting van Het ALTernatief. Een alternatief betekent: een andere manier. Halt is ontstaan in 1981, in Rotterdam en heette toen Bureau Halt. In deze stad werden toen graffiti aangebracht en vernielingen gepleegd in bussen, trams en treinen. De politie wilde toen de bekladders zelf hun graffiti laten wegpoetsen. En vernielers laten betalen voor wat ze hadden vernield.

Graffiti spuiten is strafbaar.

Schoonmaken en betalen

Naar Halt kun je alleen als je iets hebt gedaan dat niet heel ernstig is, bijvoorbeeld bij vernieling, een vuurtje stoken en overlast veroorzaken met vuurwerk. Een andere groep feiten is die van de vermogensdelicten. Winkeldiefstal is een vermogensdelict. En het kopen van gestolen spullen. Maar ook met je vingers in de portemonnee van je moeder graaien. Of een fiets meenemen die niet van jou is. 
Ook als je heel veel te laat gekomen bent op school of hebt gespijbeld, kun je een Halt-straf krijgen.

Winkeldiefstal is een vermogensdelict.

Bureau Halt zorgt ervoor dat je niet meteen voor de rechter komt. Als de rechter jou een straf geeft, kun je daar later nòg last van krijgen. Als je ouder bent dan 16 jaar, krijg je namelijk een strafblad als je een fout gemaakt hebt. Met een strafblad kun je sommige beroepen niet beoefenen.

Soms hebben kinderen geen geld om de schade meteen terug te betalen. Zijn ze nog geen veertien, dan moeten hun ouders dat doen. Halt probeert altijd een regeling te treffen. Een jongere boven de veertien kan bijvoorbeeld een bijbaantje zoeken om geld te verdienen. Met het verdiende geld kan hij dan elke maand een beetje van de schade terugbetalen. 

Halt heeft veel contacten met de hulpverlening. Dit is een verzamelnaam voor alle instellingen die mensen helpen.

Bijna alle kinderen die een alternatieve straf krijgen, vinden dat terecht. De meesten van hen stoppen daarna ook met het strafbaar gedrag. Maar wat gebeurt er als ze ermee doorgaan? Dat hangt ervan af. Zit er meer dan een jaar tussen de eerste en de tweede keer? Dan helpt Halt nog één keer. Zit er minder tijd tussen, dan helpt het Halt niet. De derde keer helpt Halt in ieder geval niet meer. De politie stuurt het proces-verbaal dan naar de officier van justitie. 
Dat is logisch. Want overtreed je regelmatig de wet, dan ben je op weg een misdadiger, een crimineel, te worden. Halt is er juist om criminaliteit te voorkómen. Preventie heet dat. De alternatieve straf is een vorm van preventie.

 

Een jongen veegt de straat schoon waar hij illegaal vuurwerk heeft afgestoken.

Dit boekje over Bureau Halt is gemaakt in 2002 en bevat inmiddels op bepaalde punten in het boekje verouderde informatie. Zo heet Bureau Halt tegenwoordig Stichting Halt. De inhoud van de straffen ziet er tegenwoordig ook iets anders uit.

Details en informatie

  • Titel: Bureau Halt
  • Auteur(s): Yvonne van Osch
  • Nummer: IC092
  • Niveau: 4
  • Siso: J 395.81