Noordhoff Uitgevers

Darten

Darten is een sport met eigen spelregels. Dart is het Engelse woord voor pijl. Om te kunnen darten heb je drie darts, een dartbord en een veilige ruimte nodig. Engeland is het belangrijkste dartland. Nederland komt op de tweede plaats. Vaak wordt er in cafés en in de kantine van sportclubs dart gespeeld. Maar er zijn ook officiële wedstrijden. Een dartbord hangt altijd op dezelfde hoogte. De afstand van bull’s eye (zeg: boels-ai) – dat is het middelste punt van het bord – tot de grond is 173 cm. De afstand van de werplijn tot het bord is 237 cm. De werplijn is de streep waar je achter moet staan als je gooit. Je mag je voet er niet op of overheen zetten.


Dit is de wereldkampioen darten van 2016: de Schot Gary Anderson.

Darten voor kinderen

Kinderen vanaf zes jaar kunnen leren darten. Je bent dan sterk genoeg om de pijl vanaf de werplijn in het bord te gooien. Voor jonge kinderen is het handig om eerst met een ouder iemand te oefenen. Dat is veiliger. Je kunt thuis darten, met een bord in de schuur of op je kamer. Maar je kunt ook lid worden van een dartclub in jouw buurt. Zo’n club organiseert bijvoorbeeld dart-wedstrijden en dart-toernooien. Als je wedstrijden speelt, ben je gelijk lid van de Nederlandse Dart Bond. Natuurlijk leer je ook de techniek heel goed. Je moet heel veel oefenen voordat je een goede darter bent. Een top-darter traint vaak wel zes uur per dag. Hij gooit op een dag honderden keren een pijl in het bord. Maar hij doet ook oefeningen om fit te blijven. Top-darters hebben bijna allemaal een Engelse bijnaam. Wereldkampioen Gary Anderson is ‘The Flying Scotsman’ (zeg: de flai-ing Skotsmen). Dat betekent de vliegende Schot. Onze Nederlandse wereldkampioen Michael van Gerwen is ‘Mighty Mike’ (zeg: Maity Maik). Dat betekent zoiets als super sterke Mike. En je kent vast de Nederlandse top-darter Raymond van Barneveld wel. Hij wordt ‘Barney’ (zeg: Barnie) genoemd.


Een goede werp-houding en concentratie zijn bij darten erg belangrijk. Door veel oefenen, word je beter.

Een echte wedstrijd

Een belangrijke dartwedstrijd wordt gespeeld in een grote zaal voor veel toeschouwers. Zij zorgen voor een geweldige sfeer tijdens de wedstrijd. De master-caller staat ook op het podium. Hij is de scheidsrechter, maar hij stelt ook de spelers voor en roept de gescoorde punten om. Er staat al vast hoeveel sets er worden gespeeld. Zo’n onderdeel van de wedstrijd bestaat uit vijf legs. Een leg is één spel van 501 punten naar nul. Tijdens het spel moet een speler rekenen en nadenken. Hoeveel punten heb ik nodig voor een check-out, dus om precies op nul uit te komen? En hoe gooi ik die punten? Want de laatste pijl moet altijd in de dubbelring gegooid worden, de buitenste ring. Dan krijg je twee keer het aantal punten. Een goede darter weet precies welke getallen nodig zijn om te eindigen op nul. Op het eind is een wedstrijd extra spannend. De druk wordt steeds groter en de deelnemers worden steeds zenuwachtiger. Het is dan moeilijk om goed te gooien!

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 45 Darten.

Details en informatie

  • Titel: Darten
  • Auteur(s): Richard Backers
  • Nummer: 45
  • Niveau: 2
  • Siso: J 618.9