Noordhoff Uitgevers

De ambulance

Soms gebeurt er iets ergs, bijvoorbeeld een brand of een ongeluk. Bel dan het alarmnummer 112. Na je telefoontje komt er een brandweerauto of een ambulance als dat nodig is. De mensen van de ambulance zijn hulpverleners. Ze kunnen op straat al eerste hulp geven. Ze onderzoeken de gewonde en kijken wat ze alvast kunnen doen. Meestal wordt het slachtoffer naar het ziekenhuis gebracht voor verdere behandeling. Tijdens het rijden klinkt de sirene. Die geeft een hard, loeiend geluid. Soms is ook het blauwe zwaailicht erbij aan. Als mensen op straat de sirene horen en het zwaailicht zien, moeten ze snel aan de kant gaan om de ambulance erdoor te laten.


Een ambulance komt zo snel mogelijk naar de plek van het ongeluk.

De mensen van de ambulance

In een ambulance zitten altijd twee hulpverleners. De chauffeur rijdt en zorgt dat de ambulance snel en veilig op de plaats van het ongeluk komt. De verpleegkundige verzorgt zieke en gewonde mensen. De chauffeur en de verpleegkundige zijn samen een team. Onderweg overleggen ze al over de situatie die ze later zullen zien. Ze maken vast een plan. Als ze bij de plek van het ongeluk zijn, helpt de chauffeur de verpleegkundige. Wie op een ambulance werkt, moet mensenkennis hebben. Je komt in allerlei situaties terecht. En je krijgt met heel veel soorten mensen te maken. De ambulance-verpleegkundige heeft een speciale opleiding gehad. Daarom weet hij/zij precies wat er moet gebeuren. In totaal zijn er meer dan zevenhonderd ambulances in Nederland. Samen maken ze meer dan 1 miljoen ritten per jaar. Het personeel van de ambulance draagt een uniform. Daarop zitten lichtgevende strepen. Zo zijn de hulpverleners ook goed te zien als ze in het donker aan het werk zijn.

<
Er zijn allerlei spullen aan boord van de ambulance, zoals verschillende medicijnen.

Bijzondere ambulances

Bij een ernstig ongeluk wordt in plaats van een ambulance soms een trauma-helikopter gebruikt. Want vliegen gaat sneller dan rijden door druk verkeer. Een trauma-helikopter is een soort vliegende ambulance. Een andere bijzondere ambulance is de fiets-ambulance. Die is handig in een drukke binnenstad, net als de motor-ambulance. Er bestaat ook een ambulanceboot. Die is voor hulp op het water. Hij kan wel 60 kilometer per uur varen. Een heel speciale ambulance is de intensive care-ambulance (zeg: intensif ker). De intensive care is een afdeling in het ziekenhuis. Er liggen mensen die extra goed in de gaten moeten worden gehouden. Een intensive care-ambulance is zo’n afdeling in het klein, geschikt voor één persoon. Er zijn ook ambulances voor te vroeg geboren of zieke baby’s. In zo’n babylance zit een couveuse, dat is een doorzichtig kastje waarin het extra warm is.
In de babylance gaat altijd een dokter mee die alles weet van baby’s.

Dit is een samenvatting van Junior-Informatieboekje 31 De Ambulance.

Details en informatie

  • Titel: De ambulance
  • Auteur(s): Diana Doornenbal
  • Nummer: 31
  • Niveau: 3
  • Siso: 614.89