Noordhoff Uitgevers

De atlas

Ongeveer vierhonderd jaar geleden gingen mensen voor het eerst kaarten in een boek verzamelen. Zo'n kaartenboek noem je een atlas. De Bosatlas is de bekendste atlas. Je gebruikt hem op school bij aardrijkskunde, het vak waarbij je alles over de aarde leert. Dat deden je ouders en je opa en oma ook al. De eerste Bosatlas werd namelijk gemaakt in 1877, door Pieter Roelf Bos. Er zijn daarna steeds nieuwe Bosatlassen gemaakt, want er veranderen soms dingen in de wereld. In de Bosatlas kun je opzoeken waar steden, landen, rivieren en bergen liggen. Er is ook een Grote Bosatlas. Daar staan nog meer kaarten over de wereld in. De Grote Bosatlas wordt gebruikt op de middelbare school.

Op deze kaart zie je een deel van Europa. Elke land heeft een andere kleur.

Bladeren door de wereld

Als je door de Junior Bosatlas bladert, maak je een wereldreis op papier. Hoe verder je bladert in het boek, hoe verder je van huis bent. De atlas begint met kaarten van Nederland. Hierna komen de andere landen van Europa. Daarna komen de kaarten van alle landen buiten Europa. Op een kaart in de atlas is alles natuurlijk veel kleiner getekend dan het in werkelijkheid is. De schaal geeft aan hoeveel keer het gebied op de kaart verkleind is. De schaal kan per kaart anders zijn. Op een kaart staat ook altijd een legenda (zeg: le-gèndaa). Dat is een lijst waarop staat wat de lijnen, punten, kleuren en tekens op een kaart betekenen.

Op deze kaart van Utrecht staat de legenda aan de onderkant. Hierop kun je zien wat alles betekent.

Om een kaart van een land of gebied te kunnen tekenen, moet er eerst allerlei onderzoek worden gedaan. De diepte van de zeeën en de hoogte van de bergen moeten worden opgemeten. Dat is de taak van landmeters. Zij schrijven ook op hoe het landschap eruit ziet. Dat wil zeggen dat ze opschrijven of er bos of zandgrond is, heide of bouwland, grasland of water. Van het gebied waar de landmeter werkt, worden ook luchtfoto's gemaakt. Dat gebeurt vanuit vliegtuigen, maar ook door satellieten. Zo'n apparaat draait om de aarde heen. Je kunt er dus een heel groot gebied mee fotograferen.

Een cartograaf tekent de kaarten. Hij verzamelt alle gegevens en foto's van een gebied. Het is lastig om de ronde aarde te tekenen op een plat stuk papier. Een globe is een handig hulpmiddel voor een cartograaf. Een globe is een wereldbol op een standaard. Een globe is rond, net als de aarde. Op een globe zijn lijnen van boven naar beneden getekend. Die lijnen komen bovenaan en onderaan de globe samen. Zo is de aarde in partjes verdeeld, zoals bij een sinaasappel. Als je die partjes plat naast elkaar legt, heb je een platte wereldkaart die je kunt tekenen.

Details en informatie

  • Titel: De atlas
  • Auteur(s): Darja de Wever
  • Nummer: JC263
  • Niveau: 2
  • Siso: J 950.6