Noordhoff Uitgevers

De Beeldenstorm

In een kerk of een klooster heerst vaak een rustige en vredige sfeer. Maar dat is niet altijd overal zo geweest. Vroeger had de Kerk heel veel geld. Veel kerkleiders waren hebzuchtig. Ze lieten hun kerk versieren met dure schilderijen en heiligenbeelden. Veel mensen kwamen daartegen in opstand. Ze vonden dat bisschoppen en priesters teveel geld en macht hadden. En dat ze niet volgens hun geloof leefden. Volgens het geloof zou je namelijk je geld met arme mensen moeten delen.
Mensen werden zo boos dat ze kerken en kloosters binnengingen en alle beelden en schilderijen stuk sloegen. Deze golf van geweld werd de Beeldenstorm genoemd.
De Beeldenstorm was niet iets van één groep mensen. Ambachtslieden, knechten, rijke kooplieden; uit alle lagen van de bevolking deden mensen mee. Iedereen die ontevreden was over de rijkdom van de Katholieke Kerk.

Weinig kerken in de Nederlanden zijn ontsnapt aan de vernielingen van de Beeldenstorm. Dit is een van de weinige schilderijen die zijn gemaakt van de Beeldenstorm. Het is in 1630 geschilderd door Dirck van Delen.

Protesten

De Beeldenstorm vond plaats in 1566. In die tijd zag Nederland er heel anders uit dan nu. Het land heette toen: de Nederlanden en België en Luxemburg hoorden daarbij.
Filips II was hier de baas. Hij was in Spanje geboren en opgegroeid en sprak geen Nederlands. Hij was ook Koning van Spanje en wilde daar wonen. Hij stuurde zijn halfzus Margareta naar het Noorden om de Nederlanden te besturen, zij werd landvoogdes.
Filips wilde voor zijn hele rijk dezelfde wetten, regels en godsdienst. Filips was zelf katholiek en wilde dat iedereen in zijn rijk deze godsdienst had. De Katholieke kerk had veel geld nodig om alle kloosters en kerken te versieren. Om steeds mooiere en grotere kerken te kunnen bouwen, bedacht de Kerk allerlei manieren om aan geld te komen. In die kerken stonden gouden en zilveren voorwerpen en hingen de duurste schilderijen en wandtapijten. Veel mensen vonden het niet juist dat er in de kerken zoveel rijkdom was. Een van die mensen was Maarten Luther (1483-1546). Hij was een Duitse monnik die vond dat je helemaal geen duur versierde kerken nodig had om te geloven. Hij wilde de Katholieke Kerk hervormen. Mensen, zoals Luther, werden ook wel protestanten genoemd, omdat ze protesteerden tegen verkeerde zaken in de Katholieke Kerk.
Omdat Filips streng katholiek was, liet hij zogenoemde ketters gevangennemen en tot strenge straffen veroordelen. Sommige ketters kregen de doodstraf. Een grote groep edelen was het daar niet mee eens en vond dat de vervolging van ketters moest stoppen. Ze trokken naar Brussel, waar de landvoogdes woonde. Uiteindelijk beloofde Margaretha dat de ketters voorlopig minder streng vervolgd zouden worden.

Vernielingen

Protestanten durfden toen weer bijeenkomsten te houden. Op deze hagenpreken vertelden ze het volk over hun nieuwe ideeën. Tijdens een van die hagenpreken, op 10 augustus 1566, werd er een oproep gedaan om kerken te vernielen. Meteen daarna ging een groepje toehoorders een klooster binnen en sloeg de beelden kapot. Als een golf verspreidde het geweld zich door de Nederlanden. Beelden en kunstwerken werden vernield.
In veel Nederlandse kerken kun je nu nog zien wat de Beeldenstorm heeft aangericht. In sommige kerken staan helemaal geen beelden meer. In andere kerken zie je beelden die gedeeltelijk kapot zijn.

De hagenpreken waren de eerste diensten van de Protestantse Kerk.

Details en informatie

  • Titel: De Beeldenstorm
  • Auteur(s): Anneke Luijendijk
  • Nummer: IC344
  • Niveau: 3
  • Siso: J 934.3