Noordhoff Uitgevers

De begraafplaats

Een begraafplaats is de laatste rustplaats van mensen die zijn overleden. Vroeger werden mensen naast de kerk begraven. Toen die kerkhoven vol waren, werden er speciale begraafplaatsen aangelegd. De eerste begraafplaatsen leken wel wat op parken. Er stonden mooie bomen, er waren kronkelende wandelpaden met her en der een bankje en soms was er zelfs een vijver. Later kwamen er begraafplaatsen met minder bomen, met lange rechte paden, en zonder vijver. Er zijn gemeentelijke begraafplaatsen. Die zijn van de gemeente. En er zijn bijzondere begraafplaatsen. Die horen bij een geloof. Er zijn bijvoorbeeld katholieke, protestante, joodse en islamitische begraafplaatsen.

De schrijfster Annie M.G. Schmidt ligt begraven op Zorgvlied. Dat is een oude begraafplaats met veel bomen en slingerende wandelpaden.

Een graf

Als er iemand begraven moet worden, graven de medewerkers van de begraafplaats een graf. Dat doen ze met een kleine graafmachine. Als de kuil drie meter diep is, schuiven ze er planken in, zodat het zand niet terug kan glijden. Een graf voor een volwassene is ongeveer zo groot als een bed. Het is twee meter lang, negentig centimeter breed bij het hoofd en zeventig centimeter breed bij de voeten. Het graf, eigenlijk gewoon een stukje grond, wordt van de begraafplaats gehuurd. Meestal voor twintig jaar. Als de huur daarna niet verlengd wordt, ruimen de medewerkers van de begraafplaats het graf. Dat kan gebeuren als de overledene geen familie meer heeft die het graf wil laten bestaan.

De begrafenis wordt geregeld door een begrafenisondernemer. Die wordt na het overlijden ingeschakeld door de familie van de overledene. Samen met de begrafenisondernemer kiest de familie een kist uit. En samen schrijven ze een tekst voor de rouwkaart. Ook denken ze na over hoe de bijeenkomst eruit moet zien. Als de overleden persoon gelovig was, is er bij de begrafenis bijvoorbeeld een dominee of een priester. Die vertelt dan iets persoonlijks over de dode. Vaak is er ook muziek bij een begrafenis.

Iemand die van tevoren wist dat hij of zij dood zou gaan, heeft vaak zelf al over de begrafenis nagedacht. De familie en de begrafenisondernemer regelen de begrafenis dan precies zoals de overledene dat wilde.

Bij een begrafenis zijn de familieleden meestal verdrietig. Tijdens de begrafenisdienst houdt een familielid vaak een toespraak.

Aan het einde van de Steentijd, ongeveer 2000 voor Christus, begroeven de mensen hun doden in hunebedden. Dat waren grote grafkelders, gebouwd van enorme keien. Over de keien ging een laag zand, zodat het graf eruitzag als een zandheuvel. Er zijn nu nog hunebedden te zien in Drenthe. Het zand is er inmiddels allemaal afgespoeld, je ziet alleen de enorme stenen.

In Egypte bouwden de mensen heel vroeger piramides. Het woord piramide betekent koningsgraf. Het is een enorm driehoekig bouwwerk. Binnenin is een grafkamer voor de koning, die in Egypte farao werd genoemd. In sommige piramides zijn later enorme schatten teruggevonden. De Egyptenaren gaven hun doden namelijk van alles mee in hun grafkamer. Ze dachten dat de doden deze spullen goed konden gebruiken bij hun reis naar het hiernamaals.

In de piramides werden Egyptische koningen begraven.

Details en informatie

  • Titel: De begraafplaats
  • Auteur(s): Jeroen Denters
  • Nummer: JC136
  • Niveau: 2
  • Siso: J 728.2