Noordhoff Uitgevers

De Betuwe

De Betuwe is het belangrijkste fruitteeltgebied van Nederland. Er wordt allerlei fruit gekweekt, vooral appels, peren en kersen. In april en mei zitten de fruitbomen vol bloesems. Dat zijn witte en roze bloemetjes. Uit elk bloemetje groeit later een vrucht. In de herfst zijn de appels en peren rijp. De fruitbomen staan bij elkaar in boomgaarden. Dat zijn grote tuinen met bomen van een of twee soorten, bijvoorbeeld appelbomen en perenbomen. De Betuwe ligt in de provincie Gelderland. Grote plaatsen zijn Tiel, Culemborg en Geldermalsen.

In de lente is het prachtig in de Betuwe. Veel mensen gaan er dan fietsen of wandelen.

Plukken maar

Half juni begint de oogsttijd. Dan zijn de kersen rijp. In augustus zijn de pruimen rijp. En in september worden de appels en de peren geplukt. Dat is de drukste tijd. Het meeste fruit gaat naar de fruitveiling. De fruittelers verkopen daar hun fruit aan handelaren. Veel appels en peren gaan naar het buitenland. Maar ook naar Nederlandse groenteboeren en supermarkten. In de Betuwe zijn allerlei bedrijven die fruit verwerken. Ze maken vruchtensap, jam of wijn. Restaurants en theetuinen uit de buurt kopen hun fruit rechtstreeks bij de teler. Een theetuin is een soort café in een tuin of boomgaard. Je kunt er wat drinken, met een verse fruittaart.

Niet al het fruit gaat naar de veiling. Het wordt ook verkocht in stalletjes langs de weg.

Langs en dwars door de Betuwe stromen rivieren. Die hebben altijd voor veel waterlopen door het gebied gezorgd. Dat zijn zijriviertjes en kleine stroompjes water. Daardoor is de grond er heel vruchtbaar. Dat betekent dat planten en bomen er goed in groeien. Naast fruitteelt worden er ook bomen gekweekt, en groente. De fruitteelt in de Betuwe is niet altijd zo belangrijk geweest. In de negentiende eeuw leefden de boeren in de Betuwe vooral van de landbouw. Ze verbouwden suikerbieten, granen en aardappels. Er waren ook boeren die paarden hielden. Later namen boeren koeien voor melk en vlees. Fruit telen deed men 'erbij'.

In de Betuwe kun je op veel plekken dicht bij de rivier komen. Langs de Waal kun je allerlei 'struintochten' ondernemen. Je loopt dan op paden van gras en van zand, tussen de bloemen en kruiden. Bij de zandstrandjes kun je pootje baden. Er zijn veel vogels te zien, zoals lepelaars, reigers, ooievaars, ganzen en eenden. Het is leuk om met een pontje over de rivier te gaan. Dan kan bijvoorbeeld bij Dodewaard en bij Varik. Op de Linge kun je mooi kanoën. Deze rivier is meer dan 100 kilometer lang.

Details en informatie

  • Titel: De Betuwe
  • Auteur(s): Diana Doornenbal
  • Nummer: JC281
  • Niveau: 2
  • Siso: J 986.2