Noordhoff Uitgevers

De Biesbosch

De Biesbosch is een nat natuurgebied. Door de zee stijgt en zakt het water er twee keer per dag. Bij vloed komt het water het gebied in, bij eb stroomt het weer terug naar de zee. Eb en vloed noemen we getijden. Het is daardoor een van de weinige gebieden met zoet en zout water. In 1994 werd De Biesbosch een Nationaal Park. Er zijn twintig Nationale Parken in Nederland. Heel vroeger was de Biesbosch droog. Dijken beschermden het gebied tegen het water. Maar de dijken werden niet goed onderhouden. In 1421 was er een grote storm. De dijken braken door en het gebied overstroomde.














Mensen zijn welkom in de Biesbosch, maar ze moeten rekening houden met de natuur.

Hoge planten

Na de grote overstroming van 1421 bleef het water staan. Heel langzaam zakte het water, maar er bleef klei en zand achter. Daarop gingen biezen groeien. Dat zijn hoge planten die graag met hun wortels in het water staan. Zo komt de Biesbosch aan zijn naam. Het betekent letterlijk 'bos van biezen'. Er kwam ook riet en wilgen. Griendwerkers gebruikten het riet en wilgentaken om op daken te leggen en stoelen van te maken. In het gebied werkten ook altijd veel vissers. Ze visten op grote vissen als zalm en steur. Die komen er nu niet meer voor.














Als je geluk hebt, kun je in de Biesbosch bevers zien.

In de Biesbosch leven veel vogels. Ook hele zeldzame, zoals de cetti's zanger, de blauwborst, de ijsvogel en de zeearend. Veel vogels leven het hele jaar in de Biesbosch. Andere komen er alleen tijdens de vogeltrek. Dan is het in het gebied waar ze broeden te koud. In de Biesbosch overwinteren elk jaar 10 duizenden ganzen en eenden uit koudere landen. In de zomer bloeien er allerlei bloemen in het gebied, zoals geel walstro, margriet, grote pimpernel, knoopkruid en grote bevernel. Deze planten groeien hier, omdat de boeren geen kunstmest en gif mogen gebruiken.

Bevers kwamen in Nederland al heel lang niet meer voor. Ze werden doodgemaakt om hun pels. Maar in de Biesbosch kunnen ze goed werk doen. Ze knagen bomen om, zodat er weer ruimte voor planten ontstaat. Tussen 1988 en 1992 haalden boswachters 42 bevers uit Duitsland en brachten ze naar de Biesbosch. Daar doen ze het prima. Het zijn er nu ongeveer 250. Een bever leeft op het land en in het water. Takken en stammen sleept hij mee naar zijn huis, de burcht. In totaal zijn er in de Biesbosch ongeveer honderd beverburchten.

Details en informatie

  • Titel: De Biesbosch
  • Auteur(s): Janneke Dijke
  • Nummer: JC285
  • Niveau: 2
  • Siso: J 570.5