Noordhoff Uitgevers

De boerderij

In een boerderij wonen mensen. Ze werken er ook. Als een boer dieren heeft, staan achter het woonhuis de stallen. Daar leven de dieren. Een boer met dieren doet aan veeteelt. Hij houdt dieren voor het vlees, de melk of de eieren. Er zijn ook boeren zonder dieren. Zij doen aan akkerbouw. Ze telen groente, of aardappelen of graan. Dan zijn er ook nog boeren die een gemengd bedrijf hebben. Zij houden dieren en verbouwen ook gewassen. Vaak zijn die gewassen bedoeld voor het vee. Koeien eten bijvoorbeeld graag mais. De boer hoeft dan minder voer te kopen.

Er zijn veel soorten boerderijen. In Noord-Holland staan prachtige stolpboerderijen.

Leven op een boerderij

Als een boer dieren op zijn boerderij heeft, moet hij elke morgen al vroeg opstaan. De koeien moeten gemolken worden en de varkens hebben honger. Een boer die zelf zijn koeien melkt, is daar per dag ongeveer zes uur mee bezig. Boeren die een melkrobot hebben, hoeven niks zelf te doen. De koeien lopen naar de robot en worden daar automatisch gemolken. Toch blijft er dan genoeg werk over. De hokken en de stallen moeten schoongemaakt worden. Er moet voer worden gekocht. Of kuilvoer worden gemaakt. En als een dier ziek is, zorgt de boer dat er een veearts komt.

Deze boer melkt zijn koeien met een melkmachine.

Vroeger liepen er op een boerderij allerlei verschillende dieren rond. Dat is wel leuk, maar niet erg handig. Want al die dieren hebben andere verzorging nodig. En ander voer. En verschillende soorten hokken. Boeren die aan veeteelt doen, houden daarom meestal één soort dier. Dat is makkelijk. Want alle koeien eten hetzelfde voer. Ze slapen in dezelfde ligboxen. Sommige boeren laten hun dieren scharrelen. Dat betekent dat ze niet in hun hokken hoeven te blijven. Ze kunnen naar buiten om in de frisse lucht rond te lopen. Vanaf 2006 moeten alle dieren op boerderijen kunnen scharrelen. Dat heeft de regering beslist.

In een legbatterij zitten kippen heel dicht op elkaar. Even een ommetje maken is er niet bij.

Machines en computers nemen tegenwoordig veel werk van de boer over. Met de hand kan een boer tien of twaalf koeien per uur melken. Met een melkmachine zijn dat er wel zestig. Met machines kan sneller gewerkt worden. Er kunnen meer dieren gehouden worden en er kan meer land bewerkt worden. Boerenbedrijven zijn daardoor steeds groter geworden. Maar machines en computers zijn duur. Veel kleine boeren kunnen dat niet betalen. Zij moeten dan stoppen met hun boerderij. Alleen de grote boerenbedrijven kunnen blijven bestaan. Boeren moeten zich aan erg veel regels houden. Sommige boeren vinden dat niet leuk. Ook zij stoppen met hun boerderij.

Deze boer heeft zijn dieren weggedaan. Het land om de boerderij heen is nu een kampeerterrein.

Details en informatie

  • Titel: De boerderij
  • Auteur(s): Cora Willemse
  • Nummer: JC080
  • Niveau: 1
  • Siso: J 631.3

Video bekijken

Audio luisteren