Noordhoff Uitgevers

De circusschool

In Nederland zijn ongeveer 55 circusscholen. Elke circusschool is anders. Er zijn grote scholen met meer dan vierhonderd kinderen. En kleine scholen met vijftien kinderen. Kinderen krijgen een tot drie uur per week les. Bij een circus denk je aan een grote kleurige tent. In het midden is de piste (zeg: pieste). In de piste treden de artiesten op. Zo noem je de mensen die de verschillende kunstje in het circus doen. Soms doen er ook dieren mee.




















Op een circusschool leer je allerlei circuskunsten.

Circustheater

Vroeger trok een circus naar een dorp of stad. Ze zetten de tent neer en gaven voorstellingen. Veel mensen kwamen dan kijken. Na een paar dagen trekken de circusmensen naar een volgende plaats. Soms gingen ze ook naar het buitenland. Toen steeds meer mensen televisie kregen, kwamen er minder bezoekers naar het circus. De mensen zagen thuis mooie dingen op tv, en dat kostte niets. Veel circussen zijn toen gestopt. Andere circussen gingen door met circustheater. Dat is een combinatie van circus en theater. De voorstelling bestaat niet uit losse stukjes achter elkaar. De optredens vormen een mooi of spannend verhaal.











Een wereldberoemd circustheater is Cirque du Soleil. Ze combineren theater, dans, zang en circuskunsten.

Circus bestaat uit verschillende soorten kunsten. Bekend is jongleren. Daarbij worden dingen in de lucht gegooid en weer opgevangen. Dat kunnen balletjes, kegels of ringen zijn. Maar ook dingen als boeken, schoenen of brandende fakkels. Acrobatiek is ook altijd een vast circusonderdeel. Een acrobaat moet sterk en lenig zijn. Als een acrobaat bij twee andere acrobaten op de schouders gaat staan, vormen ze samen een piramide. Heel veel acrobaten samen kunnen een hoge piramide maken. Soms gebruikt de bovenste acrobaat een trampoline om er bovenop te komen. Acrobatiek kan ook in de lucht. Aan de trapeze bijvoorbeeld, een grote schommel waarop acrobaten heen en weer zwaaien.

Aan het begin van een circusles mogen de kinderen meestal eerst doen wat ze leuk vinden. Overal in de ruimte zijn attributen die met het circus te maken hebben. Zoals grote ballen om op te lopen. Aan het plafond hangen trapezes. De leraar legt nieuwe kunstjes eerst goed uit. De groepen op de circusschool bestaan uit kinderen van ongeveer dezelfde leeftijd. Op circusscholen gaan kinderen op les tussen vier en zes jaar. De meeste scholen geven les aan kinderen tot achttien jaar. Verder leren kan dan nog wel op een speciale opleiding.

Details en informatie

  • Titel: De circusschool
  • Auteur(s): Lonneke Snijder
  • Nummer: JC308
  • Niveau: 1
  • Siso: J 797.3