Noordhoff Uitgevers

De crisisjaren

Tussen 1932 en 1938 ging het heel slecht in Nederland. Veel mensen waren werkloos en hadden weinig geld. De crisis die toen in Nederland heerste, begon in de Verenigde Staten van Amerika. Nederland handelde veel met Amerika. Omdat de Amerikanen steeds minder geld uitgaven, verdienden Nederlandse bedrijven veel minder. Mensen raakten hun baan kwijt. Zij konden steun krijgen, maar veel mensen schaamden zich daarvoor.
Werkloosheid is iets wat steeds terugkomt. Tussen 1970 en 1980 gingen in Nederland veel fabrieken dicht en werden mensen werkloos. In 2008 gebeurde het opnieuw. Een grote Amerikaanse bank ging failliet en de crisis sloeg over naar Europa, maar het werd niet zo erg als tussen 1932 en 1938.


Tijdens de crisisjaren raakten veel mensen hun baan kwijt. Soms werden ze hun huis uit gezet. De kinderen slapen in het zelfgebouwde hutje. Hun ouders moeten buiten slapen.

Crisis in Nederland

Voordat de crisis begon had Amerika een tijd van grote welvaart gekend. Na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) was er veel werk en konden mensen luxeproducten kopen, zoals auto's. Bedrijven maakten veel winst. Veel mensen die een aandeel in een bedrijf kochten, kregen een deel van de winst. Maar toen het slechter ging met de bedrijven, waren de aandelen veel minder waard.
Amerikanen kochten geen buitenlandse producten meer. Nederlandse bedrijven kregen minder inkomsten. De regering in Nederland wilde dat deze bedrijven hun mensen minder betaalden. Daardoor konden deze mensen ook minder kopen en kwamen winkeliers in de problemen. Nederland raakte ook in een crisis.

Mensen die steun van de regering ontvingen, werden streng gecontroleerd. Controleurs kwamen thuis rondsnuffelen. Als ze bijvoorbeeld een nieuwe jas vonden, werd de steun verlaagd. Want steun was alleen voor mensen die het heel hard nodig hadden. De regering was bang dat werklozen er stiekem een baantje bij hadden. Daarom moesten ze iedere dag op een kantoor een stempel halen. Omdat je nooit van tevoren wist hoe laat je moest stempelen, konden mensen niet werken. Sommige mensen schaamden zich zo dat ze liever geen hulp vroegen. Zij bedachten nieuwe baantjes zoals groentekarduwer of bellenpoetser.

Oplossingen?

In 1933 werd Colijn minister-president van Nederland. Door de crisis waren er steeds minder belastinginkomsten. Colijn vond dat de bevolking daarom moest bezuinigen. Maar de mensen hadden al zó weinig geld, dat bezuinigen niet meer mogelijk was. In de Jordaan, een arbeiderswijk in Amsterdam, pikten ze het niet langer. Het protest liep helemaal uit de hand en er werden zes mensen gedood.

De regering zag ook een beetje voordeel in de crisis. Met iets meer geld dan de steun, konden werklozen werk doen waar uiteindelijk iedereen iets aan had. Zo'n werkverschaffingsproject was bijvoorbeeld een kanaal graven. Alle werklozen werden opgeroepen. Wie niet meewerkte, kreeg geen steun meer.
De socialisten waren het hier niet mee eens. Zij vonden dat de regering meer loon moest betalen aan deze arbeiders. Ze zouden dan meer kunnen kopen, de handel zou weer op gang komen. En uiteindelijk zou het land er weer bovenop komen.


Het Amsterdamse Bos is in de crisisjaren door werklozen aangelegd. De ruim 2 kilometer lange roeibaan in het bos is zonder machines uitgegraven.



Dit is een samenvatting van Informatieboekje 376 De crisisjaren.

Details en informatie

  • Titel: De crisisjaren
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC376
  • Niveau: 4
  • Siso: J 935.2