Noordhoff Uitgevers

De Deltawerken

In 1953 was er een grote watersnoodramp in Zuidwest-Nederland. Tegelijk met een zware storm was het springvloed. Het water van de Noordzee steeg heel snel en de dijken braken. 1836 mensen verdronken.
Deze watersnoodramp was niet de eerste in de Nederlandse geschiedenis. In 1570 vielen bij de Allerheiligenvloed zelfs meer dan 20 duizend doden. Door de eeuwen heen bedachten mensen allerlei manieren om overstromingen tegen te gaan. Voor de Tweede Wereldoorlog werd het Deltaplan bedacht. Het was al lang bekend dat de dijken versterkt moesten worden, maar door de oorlog kwam dat er niet van. Na de Watersnoodramp besloot de Nederlandse regering om het Deltaplan sneller uit te voeren. De Deltawerken zijn een combinatie van dammen en waterkeringen. Daardoor blijven de belangrijkste vaarwegen open én kunnen mensen veilig wonen. Ook is er rekening gehouden met vissers en met de natuur.

In de Oosterschelde komen veel dieren voor die alleen in zout water kunnen leven. De Oosterscheldekering heeft schuifdeuren. Zo blijft er een open verbinding met de zoute zee. Bij zware storm worden de deuren gesloten.

Leven met water

Nederland is een land met veel water. Het is een delta en een groot deel van het land ligt onder de zeespiegel. Het zand en de klei waarop wij leven, is hier door de zee en de rivieren achtergelaten. De eerste bewoners van Nederland woonden op de zee- en rivierduinen en op de hogere gronden in het oosten. In het noorden bouwden de mensen terpen om droog op te wonen. Later bouwden ze dijken om ook de weilanden en akkers droog te houden. Nog later werden meren en moerassen omringd met dijken en droog gepompt. Molens en sloten voerden het water af. Zo ontstonden polders, waar mensen konden wonen. Maar dijken kunnen doorbreken. Bij dijkdoorbraken konden hele dorpen verdwijnen, zeker bij overstromingen van de zee. Daarom maakte Rijkswaterstaat al voor de Tweede Wereldoorlog plannen om dijken en dammen te bouwen die overstromingen moesten voorkomen. De watersnoodramp van 1953 maakte duidelijk hoe groot de gevolgen van een dijkdoorbraak kunnen zijn. Het Deltaplan werd daarom sneller uitgevoerd.
De Deltawerken bestaan uit verschillende onderdelen. Op sommige plaatsen zijn dammen gebouwd. Op andere plekken zijn de dijken verhoogd en verstevigd. En soms werden er waterkeringen gebouwd, met schuiven of grote armen die alleen dichtgaan als het water hoog is. Zo is er voor iedere plek de juiste oplossing bedacht.

Grote rivieren

Ook rond de grote rivieren kunnen overstromingen voorkomen. Soms wordt er in korte tijd zoveel water aangevoerd, dat de dijken het niet aankunnen. In 1995 vreesde de regering dat de dijken het niet zouden houden. Bij een dijkdoorbraak zouden huizen tot vijf meter onder water komen te staan. Daarom moesten 250 duizend mensen evacueren. Gelukkig hielden de dijken het. Maar de regering besloot daarna om snel de rivierdijken te verstevigen en te verhogen.
Een andere manier om overstromingen te voorkomen is om de rivier meer ruimte te geven. Bijvoorbeeld door dijken te verplaatsen, uiterwaarden te veranderen in nieuwe natte natuurgebieden. Of door poelen en geulen te graven. Bij hoog water kunnen deze gebieden volstromen.
Voor de toekomst zijn al deze maatregelen misschien niet voldoende. Door de klimaatverandering stijgt de zeespiegel en worden er meer heftige stormen verwacht. Daarom wordt er alweer nagedacht over nieuwe mogelijkheden. Want ook over honderd jaar willen mensen veilig kunnen wonen.

Een rivier die de ruimte krijgt, overstroomt niet zo gauw.

Details en informatie

  • Titel: De Deltawerken
  • Auteur(s): Marc ter Horst
  • Nummer: IC297
  • Niveau: 3
  • Siso: J 699.4