Noordhoff Uitgevers

De dierenambulance

In de meldkamer van de dierenambulance komen veel meldingen binnen. Dat zijn telefoontjes over dieren waar iets mee is. Als het ernstig is, gaat de dierenambulance op weg. Een dierenhulpverlener helpt het dier in nood. Vaak moet zo'n dier naar een dierenarts. De dierenambulance is er voor allerlei dieren. Voor gewonde huisdieren of een zwerfdier. Zoals een hond of kat die buiten zwerft, maar eigenlijk bij mensen hoort te wonen. Ook wilde dieren die ziek of gewond zijn, kunnen met de dierenambulance mee. Zoals een haas of een vos.

De chauffeur van een dierenambulance mag niet door rood rijden, en niet met zwaailichten of sirene aan rijden.

In de wagen

In de dierenambulance is alles wat nodig kan zijn voor zieke en gewonde dieren. Zoals een EHBO-koffer met pleisters en verband. EHBO is een afkorting van Eerste Hulp Bij Ongelukken. Er is ook een brancard (zeg: brankaar). Op dat draagbed kunnen gewonde dieren liggen. Verder zijn er reismanden en kooien. Grote voor honden en vossen. Kleine voor parkieten, cavia's en konijnen. Een slang gaat in een 'slangenzak'. Voor grote vogels, zoals reigers of zwanen, is er een speciale tas. Soms neemt de ambulance weleens een dood dier mee. Die gaan in een speciale bak.

Sommige dieren zijn lastig te vangen. Daarom heeft de dierenambulance vanghulpmiddelen aan boord.

Bij de dierenambulance werken veel vrijwilligers. Ze worden niet betaald. Meestal werken ze een paar uur in de week. Bij de honderd dierenambulances in Nederland werken samen ongeveer vierduizend vrijwilligers. Zij helpen ruim 250 duizend dieren per jaar. Het kost veel geld om de dierenambulance te laten rijden. Soms krijgen dierenambulances geld van de gemeentes waar ze rijden. Soms wil een bedrijf wel sponsor worden. In ruil voor geld, maken de dierenambulances dan reclame voor zo'n bedrijf. Ook krijgen dierenambulances geld van dierenliefhebbers. En soms gaan vrijwilligers met een collectebus rond om geld op te halen.

Op een dierenambulance werken altijd twee mensen. Dat zijn de chauffeur en zijn 'bijrijder'. Ze hebben allebei een diploma dieren-EHBO, dat moet. Je moet ook ouder dan achttien jaar zijn. Het werk is geen dag hetzelfde. Je leert veel over dieren en komt in allerlei situaties terecht. Je moet goed met dieren om kunnen gaan. Maar ook met mensen. Soms moet je iemand vertellen dat zijn dier is overleden. Dat is heel verdrietig. Je moet altijd rustig blijven, ook als het spannend is. Zo kun je voor dieren en mensen heel veel betekenen.

Details en informatie

  • Titel: De dierenambulance
  • Auteur(s): Diana Doornenbal
  • Nummer: JC280
  • Niveau: 1
  • Siso: J 592.9