Noordhoff Uitgevers

De dierenarts (Junior Informatie)

Als mensen ziek zijn, gaan ze naar hun huisarts. Zieke dieren moeten naar een aparte dokter: een dierenarts. Hun baasje brengt ze ernaartoe. In de wachtkamer zie je vaak allerlei dieren. In de spreekkamer vertelt het baasje wat er met zijn dier aan de hand is. De dierenarts stelt vragen en onderzoekt het dier. Vaak kan een dierenarts een dier meteen helpen. Hij haalt wat tandsteen weg bij een hond. Hij spoelt de oren van een poes schoon. Of hij knipt de nagels van een cavia. Maar soms is het niet zo simpel. Dan moet het dier blijven voor een operatie.

Dieren zijn in de wachtkamer vaak een beetje bang. Het lijkt alsof ze weten dat er iets vreemds gaat gebeuren.

De dierenarts als duizendpoot

Een dierenarts doet veel verschillende dingen, bijvoorbeeld opereren, inenten, nagels knippen, zalfjes en pilletjes voorschrijven. Hele zieke dieren moet hij soms een spuitje geven. Dan slapen ze op een rustige manier in. Dat is droevig. De dierenarts moet het baasje van zo'n dier ook kunnen troosten. Een dierenarts moet natuurlijk veel van dieren weten. Bij een huisarts komen alleen maar mensen. Maar bij een dierenarts komen heel veel verschillende dieren. Er kunnen honden en poezen op het spreekuur komen, maar ook kanaries, goudvissen, wandelende takken en slangen. Dat zijn allemaal huisdieren.

Voor boerderijdieren zijn er andere dierenartsen. Zo'n dokter heet veearts.

De plaats waar een dierenarts werkt, heet de praktijk. Bij een praktijk horen een wachtkamer, een spreekkamer, een operatiekamer en een apotheek. Een grote praktijk van een dierenarts wordt een dierenkliniek genoemd. Dat is een soort ziekenhuis voor dieren. De dieren kunnen er blijven slapen, als dat nodig is. In Utrecht is de grootste dierenkliniek van Nederland. Hij hoort bij de universiteit waar je voor dierenarts kunt studeren. Bij de universiteit is ook een speciale kliniek voor paarden. Daar werken dierenartsen die alles van paarden weten.

In een dierentuin werkt ook een dierenarts. Hij loopt elke dag rond om te zien hoe het met de dieren gaat. Als een dier ziek is, probeert hij het beter te maken. Een dierenarts in een dierentuin krijgt met nog meer verschillende dieren te maken dan een gewone dierenarts. Met giraffen, maar ook met schildpadden. Met flamingo's, maar ook met wrattenzwijnen. Grote dieren, zoals leeuwen en olifanten, laten zich niet zo makkelijk onderzoeken. Als dat toch moet gebeuren, verdooft de dierenarts ze.

Grote dieren worden vaak eerst verdoofd met een slaapmiddel, zodat ze goed onderzocht kunnen worden.

Details en informatie

  • Titel: De dierenarts (Junior Informatie)
  • Auteur(s): Ineke van Kasteren
  • Nummer: JC092
  • Niveau: 2
  • Siso: J 633.4