Noordhoff Uitgevers

De dierentuin

Vroeger waren er rijke mensen die als hobby het verzamelen van dieren hadden. Ze hielden de dieren in de tuin van hun landhuis. In 1856 begonnen twee mannen in Rotterdam een tuin met een verzameling bijzondere vogels. Hieruit is Diergaarde Blijdorp ontstaan. De oudste dierentuin in Nederland is Artis. De opening was in 1838. In de beginjaren van de dierentuin wisten mensen nog niet goed hoe ze voor de wilde dieren moesten zorgen. Later werd meer onderzoek gedaan. De verblijven waarin de dieren leven, zijn nu veel groter. En in elke dierentuin werken biologen. Zij weten heel veel van de dieren en van de natuur.





















Een jong olifantje trekt altijd veel bezoekers.

Aan tafel

In de natuur vinden dieren niet altijd genoeg eten. In een dierentuin is dat anders. Elk dier krijgt het soort en de hoeveelheid voedsel dat het nodig heeft. Dat betekent dat er enorme voorraden zijn: honderden kilo's fruit, groente, wormen, vlees, bergen met hooi. En dode koeien. Die zijn voor de roofdieren, zoals leeuwen en tijgers. Af en toe krijgen ze een stuk rauw vlees. Maar niet iedere dag. In de natuur vangen ze ook niet elke dag een flinke prooi. Dat is een dier dat ze opeten. Ze gaan pas weer op jacht als ze honger krijgen.














Een miereneter eet duizenden insecten per dag.

Dierentuinen hebben veel geld nodig om goed voor de dieren te kunnen zorgen. Ze verzinnen daarom steeds nieuwe dingen, zodat mensen blijven komen. Je kunt bijvoorbeeld een rondleiding doen met een gids. Je kunt soms ook de dierverzorger meehelpen. Naast de inkomsten van de kaartjes, verdient een dierentuin ook extra geld. Bijvoorbeeld omdat bezoekers wat eten en drinken in de dierentuin. En elke dierentuin heeft een souvenirwinkel. Daar kun je dingen kopen. Knuffels of posters van de dieren die je net in het echt hebt gezien.

Dierentuinen werken vaak met elkaar samen. Bijvoorbeeld door dieren die bijna uitsterven te fokken. Ze laten mannetjes- en vrouwtjesdieren met elkaar paren, zodat er in de dierentuin jongen worden geboren. Om te paren, verhuizen dieren soms naar een andere dierentuin. In de computer staat waar een dier vandaan komt, en wie zijn ouders en voorouders zijn. Dat noem je een stamboek. Er staat ook of het dier gezond is en of het al jongen heeft gekregen.
Sommige dieren worden door de dierentuin weer teruggebracht naar de natuur. Dat zijn altijd soorten waarvan er in het wild niet veel meer zijn. Dieren worden alleen vrijgelaten als ze in de natuur kunnen overleven.

Details en informatie

  • Titel: De dierentuin
  • Auteur(s): Ingrid Nijkamp
  • Nummer: JC309
  • Niveau: 1
  • Siso: J 592.4