Noordhoff Uitgevers

De geschiedenis van de auto

De auto zoals wij die nu kennen, heeft een lange ontwikkeling doorgemaakt. De Fransman Cugnot bouwde de eerste auto rond 1770. Het was eigenlijk een stoommachine op vier wielen. Het was moeilijk om er een ritje mee te maken.
Benz bouwde in 1885 de eerste auto met een benzinemotor. Zijn auto had drie houten wielen en hij reed niet harder dan 15 km per uur. Al gauw kreeg de auto vier wielen, een dak, glazen ramen en een rond stuur. Omstreeks 1895 ontstonden er autofabrieken van Daimler, Benz, Renault en Peugeot.
Elk jaar werden de auto's verbeterd. Ze kregen goede veren en luchtbanden. Rond 1900 hadden de meeste auto's een versnellingsbak. Daarmee kun je sneller rijden. Er zitten tandwielen in, die je aan elkaar kunt schakelen. Dat doe je met een versnellingshendel in de auto.

Verbeteringen

De motor van een auto is een verbrandingsmotor. Zo'n motor heeft cilinders. De eerste auto's hadden maar één of twee cilinders. Vergelijk dat eens met de auto's van nu: die hebben meestal vier of vijf cilinders. Een motor met meer cilinders is sterker, maar verbruikt ook meer brandstof. In elke cilinder zit een zuiger. Die gaat op en neer. Hij zit vast aan een krukas, dat is een dikke staaf met uitsteeksels, de krukken. Als een zuiger omlaaggaat, duwt hij tegen een kruk, waardoor de krukas gaat draaien. Een krukas verandert dus de op- en neergaande beweging in een draaiende beweging. Daardoor gaan ook de wielen draaien: de auto rijdt. Boven in de cilinder zit een bougie. Die geeft precies op het goede moment een vonk. Vroeger moest je de motor met de hand starten. Dat ging nog niet makkelijk. Je stak een grote slinger in de motor, en dan maar zwengelen totdat de motor aansloeg. Nu gebeurt dat met de startmotor, een elektromotor die werkt op stroom van de accu.
De eerste jaren waren auto's erg duur. Alleen rijkere mensen konden er eentje kopen. Maar omstreeks 1910 veranderde dat, het eerst in de Verenigde Staten. Daar bouwde Henry Ford een autofabriek met een lopende band erin. Zo kon Ford veel auto's maken op één dag. Daardoor zakte de prijs. Miljoenen Amerikanen konden nu een Fordje kopen.
Vanaf 1958 reed er ook een Nederlandse auto op de weg: de Daf. Daf is de afkorting van Doorne's Automobielfabriek. De Daf was een bijzondere auto: het was een automaat, een auto zonder versnellingen. Je hoefde dus niet te schakelen van de ene naar de andere versnelling, je hoefde alleen maar gas te geven of te remmen.

De zuigers in de vier cilinders zitten vast aan de krukas en laten die ronddraaien. Via tandwielen en assen kunnen ook de wielen van de auto rond gaan.

Japanse fabrikanten stopten veel technische snufjes in hun auto's. Daardoor wilden veel mensen een Japanse auto hebben. Andere fabrikanten bleven natuurlijk niet achter. Daardoor werden auto's steeds luxer.
Om autorijden veiliger te maken, bedacht men later de autogordels. De remmen kregen een Anti Blokkeer Systeem. Daarmee kunnen de wielen niet blokkeren. Ze gaan dus niet slippen als je hard remt. Ook de airbag maakte de auto veiliger. Die werd voor het eerst in een auto gebruikt in 1974. In een airbag zit poeder dat bij een botsing ontploft. Het gas dat dan ontstaat, blaast de airbag op tot een grote luchtzak. Die beschermt vooral het hoofd tegen harde klappen.

Met botsproeven kan men ontdekken hoe een airbag de passagier het best kan beschermen.

Het nadeel van auto's is dat ze vervuilen. Uit de uitlaat komt bij dieselmotoren fijnstof. Deze roetdeeltjes zijn schadelijk voor je longen. Bepaalde uitlaatgassen vormen een 'deken' in de lucht, waardoor het op aarde warmer wordt. Daarom willen regeringen schonere automotoren. Technici bedachten roetfilters die veel fijnstof tegenhouden. Ook rijden er steeds meer hybride-auto's. Een hybride heeft twee motoren, een elektromotor en een brandstofmotor. In de stad rijdt de hybride op elektriciteit uit accu's. Op de snelweg rijdt hij op brandstof. Zo blijft de lucht in de steden schoner.

Details en informatie

  • Titel: De geschiedenis van de auto
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: IC236
  • Niveau: 3
  • Siso: J 596.8