Noordhoff Uitgevers

De geschiedenis van de fotografie

Een foto maken met je mobieltje is zo gebeurd. Dat was vroeger wel anders. Toen de fotografie net was uitgevonden, was het veel werk om een foto te maken. Je had er een grote camera voor nodig. En iedereen moest lang stilzitten, anders werd de foto onscherp.
Lang daarvoor, meer dan 2000 jaar geleden, hadden geleerden al ontdekt dat je met een camera obscura een afbeelding kon maken. Die afbeelding stond wel op zijn kop en het plaatje kon niet worden bewaard. Eeuwenlang bleven uitvinders bezig om de camera obscura te verbeteren. Pas in de 19e eeuw waren er mensen die uitvonden hoe je de afbeelding kon vastleggen.
Nu heeft bijna iedereen een digitale camera. Zo'n toestel werkt nog altijd volgens het principe van de camera obscura. Alleen het vastleggen van het beeld werkt anders dan vroeger.

Zo werkt een camera obscura. Hoe kleiner het gaatje, hoe scherper het beeld. Maar een klein gaatje gaf ook een donkerder beeld.

Ontwikkeling

Een uitvinder van de fotografie bestaat niet. In stapjes ontdekten geleerden hoe iets werkte. Anderen gingen met die ideeën verder. Soms werkten geleerden samen om de ideeën te verbeteren. Uit die verbeteringen ontstond in 1839 het daguerreo-type (zeg: dagereejoo). Daarmee kon een fotograaf haarscherpe foto's maken. Maar het nadeel was dat er maar één exemplaar kon worden gemaakt. Daar kwam verandering in toen het negatief werd uitgevonden. Eerst waren de negatieven nog van glas. Later werden ze van celluloid gemaakt. Dat materiaal kon je als een film oprollen en in een klein houten doosje stoppen.
Een grote vooruitgang was ook de ontdekking van het objectief. Door de lenzen te bewegen kon je het beeld scherp stellen.

Zwart-wit

De eerste foto's waren in zwart-wit. Kleurenfoto's maken was ingewikkeld. In 1935 werden er kant-en-klaarkleurenfilms verkocht. Toen werd het eenvoudiger om in kleur te fotograferen. Maar het duurde nog tot na de Tweede Wereldoorlog voordat kleurenfotografie populair werd. In het begin klopten de kleuren op de foto's niet helemaal met de werkelijkheid. En foto's die lang in een fotoalbum hadden gezeten, veranderden soms van kleur. Toch was de periode van de zwart-witfotografie voorgoed voorbij.
Alleen kunstenaars bleven nog lang in zwart-wit werken. En persfotografen die foto's maakten voor kranten die in zwart-wit werden gedrukt.

Op de computer

Een digitale camera heeft een lichtgevoelige sensor. Deze sensor bestaat uit miljoenen kleine lichtgevoelige deeltjes die elk een pixel maken. De pixels samen vormen een foto. Hoe meer pixels, hoe scherper het beeld.
Je kunt digitale foto's gemakkelijk op een computer zetten. Daarna kun je er nog van alles mee doen. Bijvoorbeeld bewerken (veranderen), printen of per e-mail versturen.

Kunst en beroep

In de begintijd van de fotografie vonden veel mensen dat fotografie geen kunst kon zijn. De camera maakt de foto, niet de fotograaf. Anderen zeiden dat de manier waarop de fotograaf de camera gebruikt, bepaalt of een foto een kunstwerk is of niet. De kunstenaar brengt een onderwerp zo goed mogelijk in beeld en laat de kijker door zijn ogen meekijken.
Sommige mensen hebben van fotograferen hun beroep gemaakt. Eigenlijk zijn zij journalisten die nieuws maken met hun foto's. Zij willen laten zien wat er in de wereld gebeurt. Toch is niet elke foto in de krant van een beroepsfotograaf. Vaak maakt iemand met een mobieltje een foto, omdat hij in de buurt van een ongeluk of brand is. En toevallig de eerste foto maakt.

Anton Corbijn is een beroemde Nederlandse fotograaf. Zijn foto's worden geëxposeerd in galeries en musea. Bij de opening van zijn tentoonstelling staat hij de pers – en fotografen – te woord.

Details en informatie

  • Titel: De geschiedenis van de fotografie
  • Auteur(s): Leuntje Aarnoutse
  • Nummer: IC339
  • Niveau: 3
  • Siso: J 761