Noordhoff Uitgevers

De gevangenis

Nederland telt ongeveer dertig gevangenissen voor volwassenen. Voor vrouwen en mannen bestaan aparte gevangenissen. In totaal zitten in Nederland ongeveer 10 duizend mensen gevangen. Dat zijn voornamelijk mannen. Op honderd gevangenen zijn er acht een vrouw.
Jongeren tot 23 jaar gaan naar een jeugdinrichting. Meestal doen ze dingen samen in een groep, zoals eten en sporten. Jongeren kunnen in de jeugdinrichting ook naar school.
Alle gevangenissen vallen onder de Dienst Justitiële Inrichtingen. Die hebben veel personeel in dienst, in verschillende functies. Van bewaker tot kok tot verpleger.
Een speciaal soort gevangenis is een Forensisch Psychiatrisch Centrum. Het is een beveiligde, gesloten omgeving voor mensen met een tbs-maatregel. Zij zijn ziek in hun hoofd en daardoor een gevaar voor de maatschappij.


Een cel meet ongeveer tien vierkante meter. De inrichting in een cel voor één persoon is altijd hetzelfde. Wel mag een gevangene wat eigen spullen hebben en bijvoorbeeld afbeeldingen ophangen.

Vroeger

Eeuwen geleden waren er geen gevangenissen in Nederland. Verdachten kregen bijvoorbeeld stokslagen of werden ter dood veroordeeld. 
In 1595 opende in Amsterdam het eerste tuchthuis. Kinderen en volwassenen zaten gewoon door elkaar heen. Tot aan het begin van de 19e eeuw waren er geen landelijke regels of wetten. Dat veranderde toen Napoleon in Nederland de baas werd. Verdachten mochten niet langer gemarteld worden. In 1850 kwamen er voor het eerst cellen in de gevangenis. Gevangenen kregen eenzame opsluiting en mochten niet met elkaar praten.
Tegenwoordig zitten gedetineerden nog steeds veel uren in de cel. Maar het verblijf is heel anders dan vroeger. Ze hebben recht op een dagprogramma en op medische zorg. Een dagprogramma wil zeggen dat ze iedere dag naar buiten mogen en dat ze op vaste tijden eten. Gedetineerden kunnen ook werken, sporten of naar de bibliotheek. En als het nodig is, krijgen ze hulp van bijvoorbeeld een geestelijk verzorger of een dokter.


Gedetineerden mogen minimaal één uur per week bezoek ontvangen. In de bezoekersruimte zitten ze aan een tafel tegenover het bezoek. Zo kunnen de bewakers in de gaten houden wat er van mond tot mond en van hand tot hand gaat.

In de gevangenis wordt goed gedrag beloond. Als een gedetineerde zich goed gedraagt, mag hij meer sporten of vaker bezoek ontvangen. Andersom: als je ruzie maakt of vecht met anderen, word je naar de strafcel gebracht.

Voor, tijdens en na 

Iemand die een misdrijf heeft begaan, zit eerst in het Huis van Bewaring, voordat hij wordt veroordeeld door de rechter. Dat is hetzelfde gebouw als de gevangenis. Alleen zitten hier mensen die nog niet zijn veroordeeld door de rechter.
Iemand die na het vonnis in de gevangenis terecht komt, moet op de eerste dag al zijn spullen inleveren. Zoals zijn mobieltje of sieraden. Daarna moet hij douchen. Een bewaker houdt hem steeds in de gaten. Na het douchen krijgt de gevangene een lichamelijk onderzoek, om te kijken of hij geen drugs mee smokkelt in de gevangenis.
Een gevangene die zich goed gedraagt, mag aan het eind van zijn straf verhuizen naar een gevangenis met meer vrijheid. Daar kan hij zich voorbereiden op zijn leven buiten de gevangenis. In zo’n open inrichting hoef je alleen ’s avonds en ’s nachts in je cel te zitten. Je mag ook een paar dagen zonder begeleiding weg uit de gevangenis.
Terugkeer in de maatschappij is voor gevangenen vaak een grote stap. Soms reageren mensen negatief en het is moeilijk om werk en een huis te vinden. Verschillende mensen werken samen om de overgang naar buiten zo goed mogelijk te begeleiden. 

Details en informatie

  • Titel: De gevangenis
  • Auteur(s): Petra Cremers
  • Nummer: 1
  • Niveau: 4
  • Siso: J 395.82