Noordhoff Uitgevers

De Hanze

Waarom kun je in sommige steden Hanzekoek eten? Of logeren in een Hanzehotel? Dat heeft alles te maken met vroeger. In de veertiende eeuw (1300-1400) trokken er veel handelaars van stad tot stad. De wegen waren slecht begaanbaar. En achter iedere struik konden rovers zitten. Handelaars die over water reisden, konden te maken krijgen met zeerovers. Ze moesten ook vaak tol betalen. Daarom werden er hanzen opgericht. 'Hanze' betekent een 'groep' van samenwerkende handelaars. Leden van zo'n groep reisden vaak samen. Op die manier waren ze beter beschermd.
Net als de handelaars gingen steden ook meer samenwerken. Zij wilden de handel vergroten. Zo ontstond tussen de steden langs de Noordzee en de Oostzee een stedenhanze, die we nu de Hanze noemen. De handelaars van deze Hanzesteden kregen speciale voorrechten. Zij hoefden bijvoorbeeld minder tol te betalen. De belangrijkste Hanzestad lag in Duitsland: Lübeck. Daar werd in 1356 voor het eerst de grote Hanzedag gehouden.

Dit is Nederland in tijd van de Hanze. De steden op het kaartje profiteerden van de voorrechten van het Hanzeverbond.

Handelsproducten

Een aantal van de Nederlandse Hanzesteden lag langs de IJssel. Dat was vroeger een brede, diepe rivier die goed begaanbaar was. Vanaf de IJssel voeren de schepen naar de Zuiderzee (nu IJsselmeer) en zo verder naar de Noordzee. Deventer aan de IJssel had een grote jaarmarkt. Handelaars uit verre streken kwamen ernaartoe om producten te kopen en te verkopen. Een van de belangrijkste handelsproducten was graan. Graan heb je nodig om brood te bakken en bier te brouwen. Omdat het water van slechte kwaliteit was, dronken mensen in die tijd vaak bier in plaats van water. Veel streken in Nederland waren niet geschikt om graan te verbouwen. De handelaars kochten daarom het graan in landen in Noordoost-Europa. Vanuit die landen brachten ze ook vis en hout mee naar Nederland. De Hanzeschepen gingen natuurlijk niet leeg op reis. Zij namen vaak zout mee. Met zout kun je voorkomen dat vlees, vis of groente gaat rotten. Zo was voor het bewaren van haring in Schonen veel zout nodig.

Over water

Een schip dat belangrijk was om producten over water te vervoeren, was het koggeschip. Dit schip was groter dan de vroegere schepen. Het was ruim twintig meter lang. Daardoor kon er meer lading vervoerd worden. Met zo'n schip kon je niet hard varen, maar dat was niet belangrijkste. Als je maar veilig aankwam. Op zee bestond het gevaar van schipbreuk. Er kon ook een sterke stroming staan. Maar gevaarlijker waren de zeerovers en kapers. Zij roofden de lading. En soms werd de bemanning gevangengenomen en vroegen de zeerovers losgeld aan de familie. Voor hun veiligheid gingen schepen in groepen varen, soms begeleid door soldaten. Ze bleven de hele reis bij elkaar om elkaar te beschermen.
Na 1500 werden de schepen groter. Ze konden niet meer over de IJssel varen, omdat de rivier ondieper werd door het aanslibben van zand. Zo werden de IJsselsteden moeilijker bereikbaar. Dat was slecht voor de handel. Ook begon er een oorlog in 1568. Tijdens deze oorlog werd de haven van Antwerpen gesloten. Daar profiteerde Amsterdam van. Deze stad nam een groot deel van de handel over. Zo verloor de Hanze veel macht.
Als je nu door een oude Hanzestad loopt, zie je nog veel uit die vroegere tijd. Oude gebouwen zijn opgeknapt en in musea kun je tentoonstellingen zien over de Hanzegeschiedenis. En je kunt een Hanzekoek eten!

De Koggeschepen die je nu kunt bewonderen zijn nagebouwd. Deze schepen komen uit het Duitse Lübeck, Bremen en het Nederlandse Kampen.

Details en informatie

  • Titel: De Hanze
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC282
  • Niveau: 3
  • Siso: IC282