Noordhoff Uitgevers

De hulphond

Iemand met bijvoorbeeld een spierziekte, is gehandicapt. Hij kan niet meer lopen en zit in een rolstoel. Toch wil zo iemand graag zelfstandig blijven. Dat betekent dat hij zoveel mogelijk voor zichzelf wil zorgen. Dan kan een hulphond heel handig zijn. Want die kan bij veel klusjes helpen. In huis, maar ook bij het boodschappen doen. De hond heeft dat geleerd op een speciale hondenschool. Niet elke hond kan een hulphond worden. Hij moet heel sociaal zijn. Dus hij moet goed met mensen, kinderen en andere dieren omgaan. Hij moet het ook leuk vinden om dingen te leren. En hij mag niet snel bang of onrustig worden.

















Een hulphond kan de was in de machine doen, of hem er weer uit halen.

Naar school

Hulphonden worden speciaal gefokt. Dat betekent dat honden die geschikt zijn als hulphond, samen jonge hondjes krijgen. Deze puppy's kunnen misschien goede hulphonden worden. Maar dat weet je niet zeker. Daarom moeten de puppy's als ze zeven weken oud zijn een test doen. Dat gebeurt op de hondenschool, door een trainer. Dat is iemand die de honden en hun baasjes lesgeeft. Als de test goed gaat, mag de puppy naar een gastgezin. Daar gaat het jonge hondje een jaar wonen. Hij leert er door veel te spelen, maar hij leert ook commando's. Dat zijn opdrachten die de hond moet uitvoeren. Het hondje gaat ook nog naar school.
















Er zijn speciale hulphonden voor blinden en slechtzienden.

Een hulphond kan heel veel. Hij kan wel zeventig commando's leren. Hij kan deuren openmaken, het licht aan- en uitdoen, de gordijnen open- en dichtdoen. Als een hond alle commando's goed kan, krijgt hij een pasje waarop staat dat hij een ADL-hond is. ADL staat voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen. Hij helpt dus bij allerlei dingen die je iedere dag doet. Als de hulphond klaar is op school, zoekt de school een baasje. Ze moeten aan elkaar wennen. Ze gaan ook een paar keer samen naar school om te oefenen. Een hond die aan het werk is, heeft een hesje aan. Zo weet hij dat hij moet werken.

Een hond kan ongeveer acht jaar voor zijn baas zorgen. Dan is hij zelf te oud om te werken. Het baasje heeft dan een nieuwe, jonge hulphond nodig. Het duurt ongeveer een jaar voordat de baas aan zijn nieuwe hond gewend is. Soms kan de baas zijn oude hond ook houden. Dan heeft hij er dus twee. Die twee honden moeten dan wel goed met elkaar op kunnen schieten. En de baas moet voor twee honden kunnen zorgen. Soms gaat de oude hond terug naar het gezin waar hij als puppy heeft gewoond. Daar kan hij dan lekker van een gewoon hondenleven genieten.

Details en informatie

  • Titel: De hulphond
  • Auteur(s): Ingrid Nijkamp
  • Nummer: JC298
  • Niveau: 2
  • Siso: J 634.17