Noordhoff Uitgevers

De Islam

In Nederland is het christendom de belangrijkste godsdienst. Maar er wonen hier ook veel moslims. Hun godsdienst is de islam. In bijna iedere stad zie je moskeeën en gebedshuizen. Die zijn vaak van een bepaalde bevolkingsgroep. In sommige moskeeën komen vooral Surinaamse mensen, in andere Turken of Marokkanen.
De islam is niet alleen een godsdienst. Het is ook een manier van leven. Een moslim houdt zich aan een aantal regels. Regels die voor iedereen gelden, zoals: Je mag niet stelen en: Je mag niet iemand doden. En speciale regels, zoals: Je mag geen alcohol drinken en: Je mag geen varkensvlees eten. Veel moslimvrouwen bedekken hun haren met een hoofddoekje en hun lichaam met wijde kleren.

Moslimmeisjes dragen allerlei soorten hoofddoekjes. Ze kiezen natuurlijk een kleur die goed past bij hun andere kleren.

Profeet van Allah

De islam begon met Mohammed. Hij leefde van 570 tot 632 in Saoedi-Arabië. Mohammed werd geboren in de stad Mekka. Daar kwamen in die tijd veel kooplieden uit verschillende landen. Ze hadden allemaal hun eigen geloof. Mohammed praatte vaak met hen over hun godsdienst.
Om rustig na te kunnen denken, ging Mohammed naar een grot buiten de stad. Op een nacht hoorde hij daar een stem. Het was de engel Gabriël, die hem een boodschap van Allah bracht. Allah is Arabisch voor 'god'. Gabriël vertelde Mohammed alles over Allah en hoe je volgens diens wil moest leven. Allah koos Mohammed tot zijn profeet. Mohammed moest andere mensen vertellen over het geloof in Allah, de islam. 'Islam' betekent onderwerping. Wie in Allah gelooft, onderwerpt zich aan zijn wil.
Mohammed liet later alles wat Gabriël hem vertelde, opschrijven. Zo ontstond de koran, het heilige boek van de islam.

Moslims vinden de koran het mooiste Arabische boek dat ooit geschreven is. Ze gaan er heel eerbiedig mee om.

In de koran staan de vijf plichten waaraan iedere moslim moet proberen te voldoen. Die plichten heten de vijf 'zuilen'. Zoals zuilen een gebouw dragen, dragen de vijf plichten het geloof in Allah. De eerste zuil is de geloofsbelijdenis. Als je moslim bent, zeg je heel vaak: 'Er is geen andere god dan Allah en Mohammed is zijn profeet.' De andere zuilen zijn: bidden, arme mensen helpen, vasten in de maand ramadan en op bedevaart gaan naar Mekka. Iedere moslim probeert één keer in zijn leven de tocht naar Mekka, de hadj, te maken. In veel gezinnen wordt daar jarenlang voor gespaard.
Op vrijdag gaan moslims naar de moskee om te bidden. En om naar de imam te luisteren. De imam leidt de gebeden en vertelt hoe je als moslim moet leven. In moskeeën zie je nooit beelden of schilderijen, maar wel kleurige tegelmozaieken. Op de grond liggen tapijten. Voor mannen en vrouwen zijn er aparte ruimtes. Als je een moskee binnengaat, trek je eerst je schoenen uit. Dat is uit eerbied voor Allah. In de moskee kun je ook les krijgen over de islam en de koran bestuderen.
In Nederland gaan de meeste kinderen van moslims naar gewone basisscholen. Maar er zijn ook islamitische scholen. Daar is meer aandacht voor de eigen taal en cultuur.

In de moskee bidden de mannen in de richting van Mekka.

Details en informatie

  • Titel: De Islam
  • Auteur(s): Zeger van Mersbergen
  • Nummer: IC142
  • Niveau: 4
  • Siso: J 217