Noordhoff Uitgevers

De jaren zestig

In de jaren zestig van de vorige eeuw veranderde er veel in Nederland. Daarvoor, tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945), was er veel vernield in ons land. De mensen moesten hard werken om alles weer op te bouwen en te repareren. Dat harde werken hielp wel, want het ging steeds beter met Nederland. Mensen verdienden meer geld en konden meer spullen kopen, zoals een auto of een wasmachine. De welvaart steeg.
Ouders waren tevreden met hun leven. Ze hadden oorlog en armoede meegemaakt. Nu hadden ze luxe en vrijheid. Jongeren dachten daar anders over. Zij hadden andere ideeën die ze door de radio en televisie ontdekten. Jongeren deden alles anders dan hun ouders. En daar kwam ruzie van. Jongeren wilden naar niemand luisteren, ook niet naar het gezag. Kortom, jongeren waren overal tegen. Zij gingen protesteren.



Door de welvaart konden mensen een auto kopen. Ze vonden het leuk om naar auto’s te kijken die voorbij reden. Daarom gingen ze langs de kant van de weg picknicken.

De kerk

Het geloof was voor veel mensen belangrijk. De meeste mensen hoorde bij een kerk, zoals de rooms-katholieke kerk of de protestantse kerk. Het leven draaide om de kerk. Je ging naar een school, een gymclub of een bibliotheek die bij jouw kerk hoorde. Ook keek je op televisie naar je eigen omroep, bijvoorbeeld de KRO. Op zondag droegen de mensen nette kleren om mee naar de kerk te gaan.
Jongeren gingen zich anders kleden, meisjes gingen minirokjes of lange broeken dragen. Jongens die een spijkerbroek en een leren jack droegen, werden nozems genoemd. In hun vrije tijd hingen ze op straat rond. In steden als Amsterdam of Den Haag had je verschillende nozembendes die met elkaar vochten.
Je had ook hippies, muziek was voor hen belangrijk. Ze geloofden dat mensen die samen muziek maken, geen ruzie maken. Hippies wilden de wereld verbeteren. Geld was onbelangrijk, luchtvervuiling was slecht en oorlog was verboden. Je moest lief zijn voor elkaar. Regels vonden zij maar niets. Sommigen woonden in een commune.
Naast nozems en hippies had je ook nog provo’s. Net als hippies wilden zij de wereld ook veranderen. Maar ze deden het op een andere manier. Zij geloofden niet in het gezag, want het gezag had de Tweede Wereldoorlog niet tegen kunnen houden. Daarom probeerden ze het gezag uit de dagen: ouders, professoren op de universiteit, de politie, de kerk en de regering. Om het milieu te beschermen bedachten provo’s het Witte Fietsenplan. Ze wilden in Amsterdam tweeduizend witte fietsen zonder slot neerzetten. Iedereen mocht de fietsen gratis gebruiken. Dit plan ging uiteindelijk niet door.


Provo’s protesteerden tegen de Vietnamoorlog (1955-1975). In deze oorlog speelde Amerika een grote rol. Amerika voerde namelijk bombardementen in Vietnam uit en gebruikte chemische wapens.

Onze tijd

Veel dingen die in de jaren zestig nieuw waren, zijn nu niet meer weg te denken, zoals de telefoon en de televisie of de auto en de koelkast. We vinden welvaart heel gewoon. De dingen waarover jongeren ruzie maakten met hun ouders zijn ook gewoon geworden: mannen met lang haar of spijkerbroeken voor vrouwen. Ook je ouders of je meester of juf met je aanspreken is nu de normaalste zaak van de wereld.
Dankzij de prostesten van jongeren in de jaren zestig hebben jongeren van nu veel meer vrijheid. Vroeger deed je wat je ouders zeiden. Nu mag je voor je eigen mening uitkomen. Maar je moet zelf ook veel meer keuzes maken dan vroeger. En dat is niet altijd even gemakkelijk.

Dit is een samenvatting van Informatieboekje 23 De jaren zestig.

Details en informatie

  • Titel: De jaren zestig
  • Auteur(s): Gerda Végh
  • Nummer: 23
  • Niveau: 3
  • Siso: J 935.6