Noordhoff Uitgevers

De jeugdgevangenis

Je kunt niet zomaar doen wat je wilt. Je moet je houden aan allerlei regels: thuis, op school, in de bioscoop en op straat. De regels van een land staan in de wet. Die regels zijn in elk land weer een beetje anders. Voor iedereen in Nederland geldt de Nederlandse wet. Als iemand de regels overtreedt, krijgt hij straf. Voor te hard rijden krijg je bijvoorbeeld een boete. Als iemand iets ernstigs doet, kan het zijn dat hij naar de gevangenis moet. Voor kinderen is er een speciale jeugdgevangenis. Daarvan zijn er in Nederland vijftien. Er zitten ongeveer 1900 jongeren in een jeugdgevangenis.

Misdaad wordt gestraft. Ook als je een kind bent.

In de cel

Je komt niet zomaar in een gevangenis. Je moet er een misdaad voor hebben begaan. Brandstichten, een overval plegen en inbreken zijn voorbeelden van misdaden. Als je zoiets doet, word je door de politie gearresteerd. Je wordt dan opgepakt en meegenomen naar het politiebureau. Daar maken ze een verslag van wat er is gebeurd. Het verslag gaat naar de Kinderbescherming en ook naar de kinderrechter. Die rechter bepaalt of je straf krijgt en zo ja, welke straf. Jongeren tussen de twaalf en zestien jaar kunnen één jaar gevangenisstraf krijgen. Jongeren van zeventien jaar kunnen twee jaar krijgen. Met achttien jaar is een jongere voor de rechtbank volwassen. Dat betekent dat je dezelfde straf kunt krijgen als een volwassen misdadiger.

Een jeugdgevangenis lijkt veel op een echte gevangenis. Er staat een groot hek met prikkeldraad omheen. De ramen hebben tralies. De jongeren kunnen niet zomaar naar buiten. Ze wonen in kleine kamers. Een kamer in een gevangenis heet cel. In de jeugdgevangenis gelden strenge regels. Er is weinig keuze: alles is al voor je bedacht. Wat er in je cel staat, hoe laat je op moet staan, hoe lang je mag bellen en hoeveel zakgeld je krijgt. E-mailen en mobiel bellen zijn verboden. In de jeugdgevangenis moet je gewoon naar school. Je kunt er ook een beroep leren. Je kunt er metselaar worden, kok, kapper of iets anders.

Een cel is klein en er staan weinig dingen in.

De jongeren in de jeugdgevangenis zijn verdeeld in groepen van ongeveer tien kinderen. Elk kind heeft een eigen cel en de groep heeft samen een huiskamer. Ze eten alle maaltijden samen, met hun groepsleiders. Er zijn twee leiders per groep. Zij helpen de kinderen met problemen en houden orde. Ze kijken bijvoorbeeld of de kinderen hun kamer wel opruimen. Soms organiseren ze iets leuks voor de groep. Het is de bedoeling dat de kinderen in de jeugdgevangenis iets leren van hun straf. Zodat ze later niet weer slechte dingen doen. Eén op de drie kinderen lukt het om nooit meer in de gevangenis terecht te komen.

Details en informatie

  • Titel: De jeugdgevangenis
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: JC132
  • Niveau: 2
  • Siso: J 396.7