Noordhoff Uitgevers

De Kindertelefoon

Elk jaar bellen ruim 450 duizend kinderen met De Kindertelefoon. Ze praten over grote problemen of ze willen iets vragen. Wie niet wil bellen, kan in plaats daarvan chatten. Dan heb je contact via de computer, je typt je vraag in en je krijgt antwoord. Wat kinderen willen bespreken, maakt niet uit. Het kan overal over gaan. Over ouders, vriendschappen, relaties, seks, pesten en noem maar op. De mensen van De Kindertelefoon zullen nooit doorvertellen wat ze gehoord hebben. De gesprekken gebeuren in vertrouwen en zijn anoniem. Je hoeft je naam niet te zeggen. De mensen van De Kindertelefoon luisteren vooral goed naar de kinderen die bellen. Als het kind erom vraagt, geven ze tips of oplossingen. Kinderen denken vaak dat je alleen met De Kindertelefoon kunt bellen als je een groot probleem hebt. Dat is niet zo. Je kunt ook gewoon bellen als je even wilt kletsen.
 

Bij De Kindertelefoon werken ongeveer zevenhonderd vrijwilligers.

Extra hulp

De mensen van De Kindertelefoon kunnen veel kinderen helpen. Gewoon door te luisteren en tips en soms oplossingen te geven. Maar soms is er extra hulp nodig. Dat kan zijn als de problemen heel groot zijn. Bijvoorbeeld als een kind thuis geslagen of op een andere manier mishandeld wordt.  
Veel kinderen bellen omdat ze gepest worden. Ze vragen wat ze eraan kunnen doen. Ze vragen ook wat het verschil is tussen plagen en pesten. De mensen van De Kindertelefoon kunnen helpen om naar oplossingen te zoeken. Maar ze kunnen er niet voor zorgen dat het pesten stopt. Bij De Kindertelefoon vinden ze het belangrijk dat kinderen zelf nadenken over een oplossing. Dan is de kans het grootst dat ze er ook echt wat aan hebben. Maar als een kind zelf niks kan bedenken, dan helpen ze hem of haar natuurlijk wel op weg. Bijvoorbeeld door om de beurt iets te bedenken. Gaat het gesprek over pesten, dan bedenken ze samen met de beller of chatter wat een goede reactie op het pesten zou kunnen zijn. Of met welke volwassene hij of zij over het pesten zou kunnen praten.


Van elke tien kinderen in Nederland, wordt er ongeveer één kind gepest.

Werken bij De Kindertelefoon

Bij De Kindertelefoon werken ongeveer zevenhonderd mensen. De meesten daarvan zijn vrijwilligers. Ze verdienen geen geld met het werk. Ze doen het omdat ze het belangrijk vinden en graag kinderen willen helpen. Ze mogen niet zomaar aan de telefoon gaan zitten. Ze krijgen eerst een opleiding. Ze leren hoe ze goede vragen kunnen stellen. En ze leren heel veel over de onderwerpen waar kinderen over bellen. Alle vrijwilligers leren hetzelfde, zodat ze de kinderen allemaal op dezelfde manier kunnen helpen. Als je belt of chat, kun je er dus op rekenen dat je iemand te spreken krijgt die je echt kan helpen. 
Er werken ook mensen bij De Kindertelefoon die daar wel voor betaald krijgen. Dat zijn de werkbegeleiders. Zij zorgen ervoor dat er genoeg vrijwilligers zijn. Wie vrijwilliger wil worden, krijgt eerst een gesprek met een werkbegeleider. Hij of zij bepaalt of degene die vrijwilliger wil worden, wel geschikt is. Werkbegeleiders begeleiden de vrijwilligers. Vooral nieuwe vrijwilligers schrikken soms van de grote problemen waar kinderen mee bellen. Het is fijn als ze dan nog even na kunnen praten met de werkbegeleider. Of met collega-vrijwilligers.

Dit is een samenvatting van Junior Informatieboekje 14 De Kindertelefoon.

Details en informatie

  • Titel: De Kindertelefoon
  • Auteur(s): Moniek van Zijl
  • Nummer: 14
  • Niveau: 1
  • Siso: J 323