Noordhoff Uitgevers

De kruistochten

In 1095 hield de paus een toespraak. Hij riep iedereen op om op kruistocht te gaan naar Palestina. Waarom moesten de mensen uit Europa gaan vechten in zo'n ver land? Wat was er aan de hand?
In die tijd waren bijna alle mensen in Europa christen. Christenen geloven in God en in Jezus, zijn zoon. Palestina, nu Israël, was voor de christenen een heilig land. Jezus had daar geleefd. De hoofdstad, Jeruzalem, was een heilige stad. Want daar was Jezus gestorven. In Palestina woonden in 1095 vooral moslims. Hun godsdienst is de islam. Voor de moslims is Jeruzalem ook een heilige stad. Mohammed, de oprichter van de islam, heeft daar volgens de moslims belangrijke boodschappen van Allah (zijn god) ontvangen.
De paus wilde graag dat Jeruzalem een christelijke stad werd. Daarom moest een groot christenleger de moslims gaan verslaan.

Jeruzalem, een heilige stad voor christenen, moslims en ook voor joden, werd vroeger de navel van de wereld genoemd.

Kruisvaarders

In de elfde eeuw (1000-1100) werd een bepaalde groep moslims steeds machtiger: de Seldsjoeken. Ze kwamen uit Azië en rukten op naar Palestina. Ze veroverden Jeruzalem. De Seldsjoeken vielen de pelgrims lastig. Deze christenen reisden naar het heilige land om er te bidden. De Seldjoeken veroverden ook grote gebieden van het Byzantijnse rijk. Dat is waar nu Turkije ligt. De Byzantijnse keizer riep de hulp in van de paus, én van de machtigste mannen van Europa. De paus had niets te vertellen over de Byzantijnse christenen. Over hen was de keizer de baas.
Door de keizer te helpen hoopte de paus meer macht te krijgen in het Byzantijnse rijk. Maar hij wilde vooral Jeruzalem veroveren! Na de pauselijke toespraak in de Franse stad Clermont stonden vele mensen te trappelen om op weg te gaan. Maar eerst moest het bericht over de kruistocht overal verspreid worden. Talloze boodschappers trokken rond om het nieuws te vertellen in kerken, kastelen, dorpen en steden.
Palestina was drieduizend kilometer ver weg. De reis erheen, te voet, was een zware, gevaarlijke tocht. De meeste kruisvaarders hadden geen idee waar ze aan begonnen. Ze dachten dat Jeruzalem een sprookjesstad was en wilden daar graag naar toe. Volgens de paus waren de moslims monsters. Daar wilden ze wel tegen vechten! Vele arme mensen hoopten ook op een beter leven. Na het overwinnen van de moslims viel er vast wel rijkdom te halen. Misschien kon je zelfs een stukje land voor jezelf veroveren.
Een heel belangrijke reden om mee te gaan was het geloof. De paus had beloofd dat iedereen die de kruistocht niet overleefde, vanzelf in de hemel zou komen. Ook lijfeigene gingen graag mee. Deze mensen, die niet vrij waren en die helemaal niets bezaten, konden daarmee hun vrijheid verdienen.
In 1096 stroomden de kruisvaarders Constantinopel, de Byzantijnse hoofdstad, binnen. In 1099 werd eindelijk Jeruzalem veroverd. Vele inwoners werden gedood. Maar ook heel wat kruisvaarders waren tijdens de tocht gestorven. Na de verovering gingen de meesten terug naar huis. Ongeveer drieduizend mensen bleven achter. Lang konden zij de macht niet houden. De moslims veroverden hun gebied weer terug.

In totaal zijn er acht kruistochten geweest. Pas in 1291 gaven de christenen de strijd om Jeruzalem op.

Koningen, ridders, boeren, lijfeigenen en gewone burgers, ze gingen allemaal als kruisvaarders naar het heilige land.

Details en informatie

  • Titel: De kruistochten
  • Auteur(s): Karin van Hoof
  • Nummer: IC110
  • Niveau: 3
  • Siso: J 925.6