Noordhoff Uitgevers

De maan (Junior Informatie)

Als het buiten donker is en er zijn geen wolken, dan kun je meestal de maan zien. Het lijkt of de maan schijnt, maar dat is niet zo. Het is namelijk een enorm groot grijsbruin rotsblok. Het zonlicht dat er op schijnt, kaatst de maan terug. Hij ligt bijna 400.000 kilometer van de aarde vandaan. Dat is net zover als tien rondjes om de aarde. Met een raket duurt het drie dagen om van de aarde naar de maan te vliegen. Maar wat moet je er? Er is geen water. En geen lucht. En er groeit niets. Geen plek voor mensen dus. Of toch?

Vanaf de maan ziet de aarde er zo uit: een blauwe bol met wolken.

De maan

We weten al het een en ander van de maan. Dat hij er een maand voor nodig heeft om rond de aarde te draaien, bijvoorbeeld. En dat hij op aarde voor eb en vloed zorgt. En dat het er 's nachts wel 170 graden kan vriezen en overdag juist 130 graden boven nul kan zijn. En dat er geen dieren en planten leven op de maan. Al die dingen zijn onderzocht door wetenschappers. Ze ontdekten ook dat er geen lucht is op de maan. En dat mensen er dus zouden stikken. Daarom kunnen ruimtevaarders alleen met speciale pakken aan op de maan lopen.

In de pakken van ruimtevaarders zit een verwarming en een soort koelsysteem. En lucht, om te kunnen ademhalen. Deze astronaut zweeft boven de aarde.

De maan cirkelt al miljoenen jaren om de aarde heen. De maan en de aarde trekken elkaar aan. Dat komt door de zwaartekracht. Toch botsen ze nooit op elkaar. Dat komt omdat de maan met hoge snelheid om de aarde draait. Door die snelheid kan hij niet op de aarde vallen. De maan is zes keer kleiner dan de aarde. Daardoor is de zwaartekracht op de maan ook minder sterk dan op de aarde. Lopen op de maan voelt daardoor als lopen in een zwembad. Je weegt bijna niks. Sommige dingen vallen omhoog in plaats van naar beneden.

De maan draait om de aarde en de aarde draait om de zon.

In 1969 stapte de eerste mens op de maan. Veel oudere mensen weten dat nog heel goed. Ze hebben het gezien op de televisie. Het was een heel belangrijk moment. Die man was een Amerikaan. Hij heette Neil Armstrong. Zijn ruimteschip heette de Apollo. Na hem volgden nog elf mannen. Ze deden allerlei onderzoek. Toen was het geld op. Er zijn nog wel eens apparaten naar de maan gestuurd, die vanaf de aarde bestuurd konden worden. Dat is minder duur. Het zal nog wel even duren voordat er op de maan steden, dorpen en vakantieoorden gebouwd worden.

Iedereen was door het dolle heen toen Neil Armstrong zijn eerste stappen op de maan zette.

Details en informatie

  • Titel: De maan (Junior Informatie)
  • Auteur(s): Gert van der Maten
  • Nummer: JC066
  • Niveau: 2
  • Siso: J 552.4

Video bekijken

Audio luisteren