Noordhoff Uitgevers

De Noordzee

De zee is steeds weer anders. Spiegelglad bij rustig weer. Woest en wild met hoge golven als het hard waait. Soms is het laagwater en soms hoog. Dat heet getij of eb en vloed. Tussen hoogwater en laagwater zit ongeveer zes uur tijd. De Noordzee is van de zeven landen die eromheen liggen. Dat zijn Noorwegen, Engeland, Nederland, België, Frankrijk, Duitsland en Denemarken. De Noordzee is het smalst tussen Engeland en Frankrijk. Dat is 34 kilometer breed en heet het Kanaal. Wedstrijdzwemmers kunnen in 9 uur naar de overkant zwemmen.














Op een mooie dag kun je in de Noordzee pootje baden of zwemmen. Maar als de rode vlag wappert, mag je niet in het water.

Dieren in zee

In de Noordzee leven ongeveer tweehonderd verschillende soorten vis. Sommige soorten leven op de bodem, zoals de schol en de tong. Andere soorten leven meer aan de oppervlakte van de zee. Haring en makreel zwemmen van boven naar beneden, steeds op zoek naar kleine visjes om te eten. En naar plankton. Veel vissen eten plankton. Dat zijn piepkleine diertjes
en plantjes die in het water drijven. Verder vind je in Noordzee ook schelpdieren zoals mosselen, en schaaldieren zoals krabben. Maar ook grote vissen, zoals de walvisachtige bruinvis. En natuurlijk zeehonden. Je ziet ze vaak op een zandbank liggen zonnen.










Dit is een hondshaai. Hij leeft in de Noordzee en is niet gevaarlijk.

Langs de hele Nederlandse kust zijn duinen, dijken en sluizen. Die houden het zeewater tegen als het hoog water is en als het stormt. En dat is nodig, want een deel van Nederland ligt onder de zeespiegel. Dat betekent dat het land lager ligt dan de zee. Zonder bescherming kan de zee over het land stromen als het stormt. In 1953 zijn er dijken doorgebroken. Er was een vreselijke storm en het was extra hoog water. De dijken braken door. Dat werd een ramp, een watersnoodramp. Hele stukken van Zeeland overstroomden. Om te voorkomen dat dat nog een keer kon gebeuren, werd het Deltaplan uitgevoerd.

Op de Noordzee wordt veel gevaren. Vrachtschepen brengen spullen van de ene plaats naar de andere. Baggerschepen halen zand van de zeebodem. Veerboten vervoeren mensen en auto's van het ene land naar het andere. Zeilboten zie je veel in de vakantie. Ook vissersboten kom je op de Noordzee vaak tegen. Ze vissen op garnalen, kabeljauw of schol. Op zee staan ook gas- of olieplatforms. Daar wordt gas of olie uit de zeebodem gehaald. De platforms staan op grote dikke palen. Op het platform zijn veel buizen, enorme machines en hijskranen. Door buizen wordt het gas of de olie naar de wal gepompt.

Details en informatie

  • Titel: De Noordzee
  • Auteur(s): Truus Visser-v.d. Brink
  • Nummer: JC290
  • Niveau: 2
  • Siso: J 577.3